Als een kandidaat voor een toets niet de vereiste score haalt, heeft deze de toets niet gehaald. Er wordt vaak een herkansing aangeboden, zodat de kandidaat zich opnieuw kan bewijzen. Het is verstandig om goed na te denken op welk moment deze wordt aangeboden.

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom iemand een toets niet heeft gehaald. Het kan zijn dat de kandidaat erg zenuwachtig was, slecht heeft geslapen of er zijn andere persoonlijke omstandigheden die de resultaten hebben beïnvloed. Misschien had de kandidaat hard gestudeerd, maar was de stof erg moeilijk.

Wat de reden ook is, het is wenselijk dat kandidaten die de gewenste kennis bezitten slagen en dat degenen die cruciale kennis of vaardigheden missen niet onterecht slagen. Heeft de planning van herkansingen hier invloed op?

Op welk moment bied je een herkansing aan?

Tussen de afname van het originele toetsmoment en de herkansing zit altijd een periode van tijd. Er is onderzocht of een langere periode negatieve invloed had op het uiteindelijke cijfer (Slater, 2008). Het idee erachter was: een langere periode tussen toetsen beïnvloedt de resultaten van de herkansing, omdat de kandidaten de leerstof of -vaardigheden na verloop van tijd (gedeeltelijk) vergeten. Hoewel in het onderzoek naar voren kwam dat een kortere periode iets betere resultaten opleverde, kon dit niet definitief bewezen worden. Hoeveel tijd er tussen de eerste afname en de herkansing zit zou daarom niet van belang moeten zijn.

Wat wel invloed heeft, is of de mogelijkheid tot herkansen bij kandidaten bekend is gemaakt. Hier komt een fenomeen bij kijken wat het herkansingseffect wordt genoemd. Dit houdt in dat wanneer een kandidaat weet dat er een mogelijkheid is om te herkansen, deze minder uren besteedt aan studeren voor de eerste afname. Dit verschilt wel per kandidaat, afhankelijk van de leerstrategie en motivatie. Wat interessant is, is dat wanneer de kandidaat door heeft dat er veel tijd tussen de pogingen zit, het herkansingseffect kleiner lijkt te zijn. Dit kan zijn omdat kandidaten verwachten meer stof te vergeten, naarmate de periode tussen de toetsmomenten groter is. Hoewel hier dus geen bewijs voor is, kan het goed zijn om er rekening mee te houden. Je wilt voorkomen dat kandidaten een tactische keuze maken om voor bepaalde toetsen niet te studeren, omdat ze er toch wel een herkansing voor krijgen.

Herkansingen in een toetsperiode of erbuiten?

Onderwijsinstellingen kunnen vaak zelf kiezen op welke momenten herkansingen plaatsvinden. In veel gevallen worden herkansingen in de volgende toetsperiode afgenomen, bijvoorbeeld om de komende lessen zo min mogelijk in de weg te zitten. Het kan ook een praktische reden hebben, zoals niet voldoende ruimte hebben voor meer toetsen of tentamens. Het kan voor docenten een voordeel hebben, omdat het nakijkwerk tegelijk valt met de toetsen van het aankomende blok. Maar wat is volgens wetenschappelijk onderzoek het beste om te doen?

Het uitspreiden van toetsen over een jaar heeft mogelijk een negatieve invloed hebben op de toetsresultaten (Slater, 2008). Toets- of tentamenweken in het hoger- en voortgezet onderwijs bieden daar een mogelijke oplossing voor. Er zijn wel onderzoekers die pleiten om niet te veel toetsmomenten dicht op elkaar te zetten. Dit is zeker relevant bij onderwerpen die op elkaar lijken, omdat kandidaten de leerstof door elkaar zullen halen (Little, Storm, & Bjork, 2011). Dat wordt interferentie genoemd. De inhoud van een toets is daarmee ook van belang voor het inplannen van een passend herkansingsmoment. Zorg dat kandidaten zo min mogelijk ‘last’ hebben van een herkansing door de interferentie zo goed als mogelijk te voorkomen, zeker in periodes met veel toetsen of tentamens.


Bronnen:

Little, J. L., Storm, B. C., & Bjork, E. L. (2011). The costs and benefits of testing text materials. Memory, 19(4), 346-359.

Slater, R. (2009). The timing of referred examinations. Bioscience Education, 13(1), 1-9.


John Hattie is een bekende naam in het onderwijsonderzoek. Vooral zijn boek ‘Visible Learning’ (‘Leren Zichtbaar Maken’ in het Nederlands) is veel geciteerd. Wat maakte zijn onderzoek zo bijzonder en baanbrekend?

In het boek ging Hattie (2008) in op de data die hij had verzameld voor meta-analyses. Dat is op zich niet bijzonder, totdat je het totale aantal studenten bekijkt. Zijn analyses omvatten meer dan 50.000 studies, met een totaal aantal leerlingen van 240 miljoen!

Effectgrootte van handelingen

Wat wilde Hattie precies uit deze data halen? Hij onderzocht welke ingrepen van docenten een bepaald effect hadden op het leergedrag van studenten. Elke ingreep die opgenomen was in het onderzoek kreeg een bepaalde score, ook wel de effectgrootte genoemd. Wanneer deze een effectgrootte had van 0,4 of meer, dan viel het binnen de zone van gewenste effecten. 0,4 was namelijk het gemiddelde van alle ingrepen samen. Alles wat boven de nullijn zat, maar onder de grens van 0,4, is minder wenselijk. Hoewel deze ingrepen bijdragen aan een verbetering van het leergedrag, stelt Hattie dat het beter is om ze te vervangen voor handelingen die wel de 0,4-grens passeren.

Er zijn veel onderdelen opgenomen voor analyse, waarvan er drie een effectgrootte van boven de 1,0 hadden. Vooraf vragen naar de verwachtingen van studenten heeft het grootste effect. Dit kan te maken hebben met het maken van inschattingen door studenten, waarop een docent weer kan anticiperen en doorvragen. Tweede in de lijst is het toepassen van de cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget. Deze theorie deelt de ontwikkeling van een kind op in verschillende stadia. In elk stadium staat een andere ontwikkeling centraal. Het derde onderdeel is reactie op een interventieprogramma. Dit zijn interventies voornamelijk gericht op jongere leerlingen, zodat ze zich kunnen ontwikkelen op verschillende zaken, zoals sociale competenties en algemene gezondheid.

Wat doen de experts?

Hattie haalde vijf belangrijke onderwerpen uit de studie. Dit zijn de dingen die de beste docenten consistent konden uitvoeren.

  1. Deskundige docenten identificeren de belangrijkste manieren om de onderwerpen te presenteren. Het bijzondere aan de excellerende docenten is dat zij dit ook doen bij onderwerpen waar zij zelf weinig van af weten. Ze kunnen snel de verbinding maken met andere onderwerpen, om de stof beter te begrijpen en duidelijk uit kunnen leggen. Ze leggen zo connecties voor zichzelf en de studenten om de kennis beter op te kunnen nemen. Deze docenten zijn sterk in het ontwikkelen van dit soort strategieën om leren te bevorderen.
  2. Het opzetten en behouden van een prettige werksfeer lijkt een gegeven. Denk hierbij aan foute antwoorden durven geven, wat voor veel leerlingen lastig is, omdat ze een vervelende reactie verwachten. Het is daarom niet vreemd dat docenten die de prettige werksfeer vast kunnen houden betere leerprestaties kunnen bieden, doordat er meer deel wordt genomen aan de les.
  3. Ook het constant monitoren en feedback geven aan leerlingen lijkt voor de hand liggend. Hatties onderzoek benadrukt dat de beste docenten hier beter in zijn. Ze zijn beter in anticiperen op veranderingen en weten welke leerlingen achter dreigen te lopen.
  4. Een interessant gegeven is dat deskundige docenten vaak van mening zijn dat elke leerling intelligent kan zijn. Hattie stelt dat dit een gevolg is van het respect dat deze docenten hebben voor de leerlingen. Daarnaast lijken ze ook meer passie te tonen voor hun vak. Hoewel het onderzoek aangeeft dat passie lastig te meten is, merken leerlingen het zeker wanneer een docent gedreven is.
  5. Een goede docent meet prestaties niet alleen met cijfers. Ze helpen leerlingen ontwikkelen op het gebied van leerstrategieën, creativiteit en leren ze respect te hebben voor anderen en zichzelf.

Vanwege de enorme schaal van het onderzoek is het erg goed generaliseerbaar. Docenten en scholen kunnen met al deze data zich beter richten op de belangrijkste taken en minder belangrijke zaken achterwege laten.


Bron:
Hattie, J. (2008). Visible learning: A synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement. Routledge.

Vorige maand kon je een introducerend artikel lezen over wat programmatisch toetsen precies inhoudt. Deze manier van toetsing is erg verschillend van de huidige, meest gangbare vorm van toetsing door middel van eindtoetsen. Deze maand lees je meer over de werking van onze oplossing voor deze interessante invulling van het onderwijs.


We weten dat elke (onderwijs)instelling een eigen, unieke manier van werken heeft. Dit zal met programmatisch toetsen niet anders zijn. De informatie en afbeeldingen in dit artikel vormen de basis voor het gebruik bij programmatisch toetsen. Zoals je van ons gewend bent, is het mogelijk om aanpassingen te doen en een omgeving naar wens in te richten. Daarnaast zijn de functionaliteiten voor programmatisch toetsen binnen MijnPortfolio nu in gebruik maar worden ook nog doorontwikkeld, op basis van feedback via scholen, partners en studenten. We willen deze eerste blik graag delen, omdat we trots en enthousiast zijn op wat deze oplossing nu al te bieden heeft.


De nieuwe module voor programmatisch toetsen

Met programmatisch toetsen is het voor elke gebruikersrol mogelijk om een uitdaging (of challenge) toe te voegen. Het is dus voor zowel studenten als begeleidende rollen mogelijk om deze aan te maken.

Het doel van een uitdaging is om een student iets te laten bereiken. Dit kan een algemeen doel zijn wat bijvoorbeeld een jaar in beslag neemt, of een specifieke taak die een maand of zelfs korter duurt. Een uitdaging zou er als volgt kunnen uitzien:

Klik op de afbeelding om deze in een tabblad te openen.

Je ziet dat er bij de uitdaging verschillende vragen worden voorgelegd. In dit geval gaat het om een student die graag de Spaanse taal wil leren.

Elke uitdaging kan voltooid worden door er bewijsstukken aan toe te voegen en feedback van experts, professionals en coaches te verzamelen. Begeleidende rollen kunnen dit inzien. Er kunnen ook opmerkingen bij een uitdaging worden geplaatst, bijvoorbeeld om suggesties te doen voor verdere aanscherping.

De gedachte achter het opstellen van deze uitdagingen is dat studenten zelf kunnen aangeven hoe zij willen ontwikkelen. De overkoepelende leerdoelen van een opleiding blijven bestaan, maar de manier waarop deze bereikt worden kan voor elke student uniek zijn. De begeleiders, docenten en coaches kijken samen met de student naar de challenges van de student om te beslissen of deze passend zijn en wat, als de student er mee bezig is, het niveau is waar de student zich naar toe ontwikkelt.

Overkoepelende en individuele leerdoelen

Er zijn individuele leerdoelen die opgesteld moeten worden. Een student kan een individueel leerdoel aan één of meerdere overkoepelende leerdoelen koppelen. Deze worden door de organisatie beschikbaar gesteld. Studenten kunnen ook werkprocessen selecteren, die je in MijnPortfolio terugvindt bij de module voor Kwalificaties. In de onderstaande afbeelding zie je een voorbeeld uit de omgeving van IBS Maastricht.

Klik op een afbeelding om deze in een tabblad te openen.

Hierboven worden de ‘Worlds’ weergegeven. Hiermee heeft deze opleiding haar PLO (programme learning outcomes) vertaald naar 10 ‘werelden’ waarbinnen de leerdoelen van de opleiding zijn ondergebracht en samengevat. Elke MijnPortfolio-omgeving kan deze termen een eigen benaming geven, het mooie hiervan is dat zo exact de taal van de opleiding gesproken wordt. Zo is er optimale herkenbaarheid voor de studenten aan de ene kant, maar door de koppeling aan de formele onderwijskwalificatie is er ook inzicht op de groei van de student op de formele leeruitkomsten of werkprocessen.

Net als bij uitdagingen moet de student beschrijven op welke manier het leerdoel wordt bereikt. In dit geval gaat het over het maken van een interne analyse voor een organisatie. De student wil aantonen dat het leerdoel is behaald door een rapport te laten zien, waarin deze analyse wordt gepresenteerd. Begeleiders kunnen dit bekijken, het bespreken met de student en deze van feedback en een inschaling voorzien.

De concrete uitwerking van dit leerdoel wordt verder verfijnd met behulp van de uitdagingen. In dit voorbeeld wil de student dit doen door een bedrijf of organisatie te benaderen. De omschrijving in de uitdaging moet voor de begeleider duidelijk maken waar dit plaatsvindt en met wie er contact is. Hierbij moet natuurlijk informatie komen op welke wijze de student aan het doel gaat werken, welke stappen hij of zij plant daar naartoe en welke bronnen gebruikt gaan worden. Hieronder vindt je een voorbeeld van een uitdaging uit de omgeving van IBS Maastricht.

Klik op de afbeelding om deze in een tabblad te openen.

De uitdaging wordt vervolgens gekoppeld aan één of meerdere persoonlijke leerdoelen, wat allemaal visueel is terug te vinden in een totaaloverzicht. De afbeelding hieronder is een gedeelte van die pagina.

Klik op de afbeelding om deze in een tabblad te openen.

Het overzicht toont voor elke uitdaging de datums waarbinnen de student deze wil afronden. De datapunten zijn momenten waarop de student het huidige niveau kan aantonen (lees het artikel van vorige maand voor verdere toelichting) en zo de voortgang laat zien. Het aantal gekoppelde uitdagingen staat ernaast. De cijfers in de volgende kolom zijn de eerder genoemde ‘Worlds’ waar dit leerdoel aan is verbonden. Er ontstaat zo een hiërarchie, beginnend met de uitdagingen van de studenten en eindigend met de leerdoelen van de opleiding.

Gebruik van andere modules

MijnPortfolio bevat natuurlijk veel andere modules, waarvan een aantal heel nuttig kunnen zijn voor het gebruik bij programmatisch toetsen.

  • De module voor trainingen maakt het voor studenten eenvoudig om een bepaalde om een les, voorlichting, bedrijfsbezoek of presentatie bij te wonen. Iemand kan zich in de MijnPortfolio-omgeving inschrijven, waardoor begeleiders dit ook direct in het overzicht kunnen zien. Het maakt het aanbieden en zoeken van een bepaalde bijeenkomst makkelijk door het gebruik van filters en categorieën.
  • Wil je informatie of bestanden beschikbaar maken voor de studenten? De bibliotheekmodule ondersteunt dit. Elk onderdeel in de bibliotheek kan verschillende teksten en/of bestanden bevatten. IBS Maastricht heeft de bibliotheek bijvoorbeeld opgedeeld, zodat elke ‘World’ (leerdoel) een eigen sectie met bestanden heeft. Dit maakt het voor de studenten overzichtelijk, doordat alle bestanden op één plek terug te vinden zijn.
  • Aankondigingen op een centrale plek zetten kan met behulp van de prikbordmodule. Zijn er nieuwe evenementen beschikbaar, of is er een speciale voorlichting? Of zoekt een student mede-studenten om een challenge op te pakken? Een tekst plaatsen op het prikbord is eenvoudig en alle gebruikers in de omgeving kunnen er op reageren.
  • Heb je als student feedback nodig of wil je even snel sparren met een docent, coach of domeinexpert? Dan is de “Boek een afspraak”-module een heel handige. Hiermee kan een afspraak direct worden ingepland in de Outlook-agenda’s van docenten en externen. Uiteraard kan dat dan alleen op de dagen en tijdstippen die de docenten en externen hiervoor hebben vrijgegeven.
De ervaring van Frank Aretz, Senior Lecturer Entrepreneurship and Business Growth van Zuyd Hogeschool

In de Paragin Update van januari zal Frank Aretz van IBS Maastricht meer vertellen over zijn ervaringen met programmatisch toetsen met behulp van MijnPortfolio. We delen hier graag alvast een stuk over zijn ervaringen tot nu toe:

“De studenten die er nu mee werken doen het erg goed. Ik ben blij om te zien dat zij echt heel actief hun ontwikkelproces in eigen hand nemen. De MijnPortfolio-omgeving van Paragin werkt er uitstekend voor. Andere organisaties waar ik het aan heb voor gelegd zijn ook erg benieuwd. Zuyd als overkoepelende organisatie kijkt constant mee hoe de ontwikkeling binnen IBS Maastricht verloopt.”

“Programmatisch toetsen is een grote onderneming. Ik merk dat het onderwijs als het ware is vastgeroest in de huidige aanpak. Iedereen is het zo gewend dat het moeilijk is om er van af te stappen, maar in mijn ogen is programmatisch toetsen een enorme verbetering voor de kwaliteit van het onderwijs. Ik heb bij slimme leerlingen met toetsangst gezien dat zij totaal niet tot hun recht kwamen. Op deze manier hoop ik er aan bij te dragen dat ook zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.”


Er zijn veel verschillende doeleinden waar MijnPortfolio nuttig voor is. Een daarvan is het bevorderen van zelfsturing, wat nodig is om iemand zelfstandig te laten leren. Je leest in dit artikel wat we onder zelfsturing verstaan en hoe MijnPortfolio ingezet kan worden om dit te ondersteunen.

Het begrip zelfsturing

Met behulp van zelfsturing is iemand in staat om op eigen kracht het leerproces te sturen. Denk hierbij aan zelf taken plannen, reflecteren op opdrachten en het bijstellen van eigen werkwijzen. Met (afbouwende) ondersteuning van de begeleider of docent moet uiteindelijk gezorgd worden dat alle leerdoelen behaald worden.

Er zijn drie leerstrategieën die gebruikt kunnen worden om zelfsturing te verbeteren (Zimmerman, 2002). In de Paragin Update van september las je al wat metacognitieve strategieën zijn en hoe je die inzet om sturing te geven aan het leerproces. Ze richten zich voornamelijk op plannen, evalueren en reflecteren. Vooral dat laatste is enorm belangrijk voor zelfsturing.

De motivationele strategie richt zich op motivatie en het tonen van doorzettingsvermogen. Het is belangrijk dat iemand zich goed kan oriënteren op de leerdoelen en gelooft dat deze zelfstandig bereikt kunnen worden. Daarnaast is er nog de cognitieve strategie, waarmee onthouden en integreren van informatie wordt bevorderd.

Begeleiders en docenten hebben een belangrijke rol bij het ontwikkelen van zelfsturing. Allereerst moeten er goede leerdoelen geformuleerd worden (zie bijvoorbeeld Van den Bergh & Ros, 2017). Dit helpt studenten om in te zien wat er wordt verwacht. Daarmee kunnen ze al snel bepalen welke strategieën ze het beste in kunnen zetten. Achteraf helpt het studenten om te reflecteren op het beoogde doel, en waarom het wel of niet is behaald.

Waarom MijnPortfolio?

MijnPortfolio helpt studenten om zelfsturing toe te passen. Door gebruik te maken van deze software worden bepaalde zaken, waaronder plannen en evalueren, toegankelijker. Dit geldt ook voor begeleiders en docenten, die bijvoorbeeld ook gemakkelijk in kunnen zien welke opdrachten zijn afgerond. Voor deze taken zijn er in MijnPortfolio verschillende functies ontwikkeld die deze taken kunnen regelen. Het bevat daarbij veel functies die zeer geschikt zijn voor de verschillende onderdelen van zelfregulatie.

Studenten kunnen met MijnPortfolio werken aan de metacognitieve strategieën. Een voorbeeld hiervan is het opstellen van een Persoonlijk OntwikkelPlan, ook wel POP genoemd. In MijnPortfolio is een mogelijkheid ontwikkeld waar een deelnemer een eigen POP kan opstellen. Hiervoor moet een doel worden opgesteld met een duidelijke uitleg hoe dit bereikt moet worden. De deelnemer geeft daarbij aan welke activiteiten er nodig zijn en wat er nodig is om deze af te kunnen ronden. Verder kan aangegeven worden welke belemmeringen hierbij komen kijken, zodat de deelnemer meteen anticipeert op moeilijke situaties. Deze informatie is in te zien door begeleiders en zij kunnen zo met de deelnemer bespreken of het POP goed is, of nog verbeterd kan worden. Dit helpt de deelnemer vervolgens om de zelfregulatie sterker te maken.

Op het gebied van motivatie kan een deelnemer gebruik maken van het omschrijven van ambities. Hierbij kunnen zij aangeven welke doelen zij in de toekomst willen bereiken. Dit kan betrekking hebben op het leerproces en op persoonlijke doelen. Zij kunnen hierbij hun motivatie opgeven, waarmee begeleidende rollen meteen in zien wat de beweegredenen zijn.

Een andere mogelijkheid is het gebruik van de showcase. Er zijn hier meerdere gegevens in op te nemen en te presenteren, zoals bijvoorbeeld behaalde diploma’s en het eerder genoemde POP. Begeleiders kunnen stimuleren om deze showcase in te vullen. Het kan deelnemers mogelijk motivatie geven om een totaalplaatje te maken van alle afgeronde opdrachten.

In MijnPortfolio zijn leerdoelen erg belangrijk en staan dan ook in veel klantomgevingen centraal. In de meeste omgevingen worden ze kwalificaties genoemd. Een kwalificatie wordt opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen. Dit zijn de onderdelen die je ook terug zou vinden bij leerdoelen die gesplitst worden in verschillende processen en subdoelen. Gebruikers van MijnPortfolio gebruiken ze om opdrachten aan te verbinden die de deelnemers moeten uitvoeren. Zij kunnen alle kwalificaties volledig inzien en dus van te voren anticiperen op de taken die hen in de toekomst te wachten staan.

MijnPortfolio heeft daarnaast mogelijkheden voor communicatie en het geven van suggesties voor zowel docenten als studenten. Dit maakt het geven van evaluatie voor beide partijen eenvoudig.

Binnenkort zal MijnPortfolio ondersteuning kunnen bieden bij programmatisch toetsen. Deze vorm van toetsing richt zich sterk op zelfsturend leren. Kijk hiervoor ook bij het andere artikel van deze maand!


Bronnen:

Jenson, J. D. (2011). Promoting Self-Regulation and Critical Reflection through Writing Students’ Use of Electronic Portfolio. International Journal of ePortfolio, 1(1), 49-60.

Van den Bergh, L. & Ros, A. (2017). Begeleiden van actief leren. Theorie en praktijk van zelfsturing en samenwerking. Bussum: Coutinho

Vohs, K. D., & Baumeister, R. F. (Eds.). (2016). Handbook of self-regulation: Research, theory, and applications. Guilford Publications.

Zimmerman, B. J. (2002). Becoming a self-regulated learner: An overview. Theory into practice, 41(2), 64-70.


Momenteel werken we met een aantal ROC’s en Hoger Onderwijs instellingen samen om programmatisch toetsen in MijnPortfolio vorm te geven. MijnPortfolio is daarmee een van de weinige software die er ondersteuning voor zal bieden. In dit artikel wordt toegelicht wat programmatisch toetsen precies inhoudt en waarom het een nuttige ontwikkeling is.

Wat is programmatisch toetsen precies?

Programmatisch toetsen is een specifieke vorm van toetsing waarbij de ontwikkeling van de student centraal staat. Het richt zich op een proces van continue feedback en assessment tijdens het gehele leerproces. Het wijkt daarmee af van de structuur die het meest gangbaar is, namelijk het afronden van een leertraject met een definitief summatief toetsmoment.

Een leerlijn of curriculum op basis van programmatisch toetsen spreidt de momenten voor assessment uit en maakt deze integraal onderdeel van het leertraject. Deze momenten van feedback en assessment worden vaak datapunten genoemd. In plaats van een vast toetsmoment aan het einde van een blok worden tussendoor datapunten opgesteld om kennis, vaardigheden of beheersing te testen. De beslissing voor het slagen of zakken voor een opleiding of module is daarmee niet langer gekoppeld aan aan een afsluitend toetsmoment. De student wordt in plaats daarvan over de gehele periode getoetst, zonder daar een summatieve beoordeling voor te ontvangen.

Elk afgerond datapunt geeft de student en docent inzicht in het huidige niveau, zodat zij beiden weten wat er verbeterd kan worden. Aan het einde van het blok controleert de docent of begeleider of een student voldoet aan de gestelde leerdoelen. Op basis daarvan wordt een beslissing genomen of iemand slaagt of zakt. Door de verschillende informatiepunten in acht te nemen zou deze beslissing een goede weerspiegeling moeten zijn van wat een student weet en kan.

De beslissing voor het slagen of zakken voor een cursus is niet langer gekoppeld aan een enkele toets.

Waarom is het interessant voor het onderwijs? Welke vernieuwing brengt het?

Programmatisch toetsen biedt de mogelijk om leren een continu proces te laten zijn en onbenutte informatie te gebruiken. Beoordelingen en cijfers toekennen maakt plaats voor zaken als continue feedback, gepersonaliseerd leren en zelfregulerend vermogen. Hier speelt programmatisch toetsen op in door het sociaal-constructivistisme als uitgangspunt te nemen. Volgens deze stroming moet het leerproces actief gericht zijn op kennisverwerving en sociale handelingen. Dit is terug te zien in programmatisch toetsen via continue reflectie door de lerende met behulp van de mensen om de student heen: docenten, coaches, medestudenten en/of domeinexperts.

Zoals eerder genoemd werkt programmatisch toetsen op basis van datapunten, die bestaan uit toetsen, lessen, stages en andere leermomenten. Bij elk datapunt hoort een terugkoppeling vanuit de student, in de vorm van feedback of een bepaalde leeruitkomst. De docent bekijkt deze informatie en bespreekt deze met de student om zo eventueel bij te kunnen sturen. In het huidige onderwijs is deze manier van handelen nog niet sterk ingezet. Programmatisch toetsen kan daar verandering in brengen.

De ontwikkeling van de student staat centraal.

Wat vraagt het van de student?

Door programmatisch toetsen worden de studenten uitgedaagd om zich meer bezig te houden met hun eigen ontwikkeling en met wat zij nu daadwerkelijk aan het leren en ontwikkelen zijn. In het huidige (hoger) onderwijs ontbreekt de uitdaging hiervoor regelmatig, waardoor ook de ontwikkeling er in minder sterk is.

Studenten zullen een actieve houding moeten hebben als zij willen dat programmatisch toetsen voor hen effectief is. Het gebruik van datapunten en continue feedback vereist dat zij informatie en ervaringen noteren zodat de docenten hun voortgang kunnen inzien. Een online portfolio dat is ingericht om leerdoelen vast te leggen en daarbinnen op een overzichtelijke manier datapunten op te stellen, is daarbij een heel waardevol gereedschap.

Het vraagt meer van de docent als coach, inspirator, en kritische uitdager.

Wat vraagt het van de docent?

De docent moet op de eerste plaats zorgen dat de student de juiste informatie verzamelt en hier op reflecteert. Als docent dien je niet alleen als ondersteuning hiervoor, maar je moedigt het actief aan. Dit betekent dat er ook een mate van coaching bij komt kijken. Met het aanmoedigen stimuleer je dat de studenten bezig blijven met het constant reflecteren en het doorlopen van alle datapunten.

Het vraagt van docenten daarnaast dat zij op continue basis bezig zijn met de begeleiding van studenten. Dit betekent dat momenten voor feedback en nakijken veel meer voor zullen komen. Dat vraagt doorgaans meer van de docent als coach, inspirator, en kritische uitdager dan in het huidige onderwijs gevraagd wordt. Daar worden vooral vaste feedbackmomenten gepland, zodat alle studenten tegelijkertijd behandeld worden.

Wat vraagt het van de onderwijsinstelling?

Het is belangrijk dat een onderwijsinstelling duidelijk voor ogen heeft waarom programmatisch toetsen nuttig is en wat het van studenten en docenten verwacht. Het moet aansluiten bij de visie en de inhoud van de opleidingen en bij de studenten die het moeten volgen.

Het is aan de onderwijsinstelling om te zorgen dat het volledige team van docenten de mogelijkheid heeft om te wennen aan programmatisch toetsen. De omschakeling kost tijd en het brengt mogelijk ook een verandering in de organisatiecultuur. Geef medewerkers daarom de ruimte om nieuwe dingen te proberen en sta open voor feedback.

Essentieel is dat de leeromgeving de omschakeling naar continue feedback moet bevorderen. Zorg dat ondersteunende systemen, zoals bijvoorbeeld MijnPortfolio, correct opgezet zijn.

Hoe begin je er aan?

Natuurlijk moet voorafgaand aan de inzet van programmatisch toetsen stil worden gestaan bij de eisen en uitdagingen. Bijvoorbeeld:

  • Hoe geef je constructieve feedback?
  • Hoe schaal je de beheersing van een student op een leerdoel goed in?
  • Welke eisen stel je aan datapunten?
  • Wanneer is het genoeg?

Zoals eerder genoemd moet het idee van programmatisch toetsen passen bij het werkveld, de opleiding en de visie op hoe er geleerd moet worden. De sociaal-constructivistische basis is niet automatisch passend voor elke studierichting. Deze vraag zal altijd als eerst gesteld moeten worden.

Het wordt aangeraden om een strategie op te zetten voor het implementeren van programmatisch toetsen. Hierbij moet aandacht zijn voor macro-, meso- en microniveau, van de onderwijsinstelling en het curriculum tot de individuele student, leerdoelen en datapunten. In elk stadium is het goed om uit te gaan van onverwachte problemen. Door docenten en eventueel studenten in het implementatieproces te betrekken wordt de kans op een succesvolle en vruchtbare inzet van programmatisch toetsen vergroot.


In een vervolgartikel zullen we meer vertellen over het gebruik van programmatisch toetsen in MijnPortfolio. We laten dan ook zien hoe de module in de omgevingen wordt ingezet.

Ben je al benieuwd naar de inzet van programmatisch toetsen in MijnPortfolio? Neem dan contact op met Paragin voor meer informatie!


We vinden het erg belangrijk dat onze klanten en partners graag met ons samenwerken én graag werken met onze software. We zijn daarom onlangs gestart met klanttevredenheidsonderzoek. Benieuwd naar de eerste resultaten?

Met veel klanten hebben we regelmatig contact, bijvoorbeeld via onze servicedesk of collega’s die ondersteunen bij de implementatie. We hebben zo vaak al een goed beeld van hoe tevreden men is over de samenwerking en onze producten en wat eventuele wensen zijn voor doorontwikkeling of verbetering.

De samenwerking is vaak voor langere tijd, waardoor we veel van onze klanten en partners al jaren kennen. Het komt daardoor ook voor dat men geheel zelfstandig aan het werk is met onze software en we elkaar minder frequent spreken. We vinden het belangrijk om te weten dat ook deze klanten nog steeds blij zijn hun omgeving. Hierom willen we regelmatig(er) en ook op andere manieren gaan meten hoe tevreden men is met onze dienstverlening en software.

Onlangs hebben we 77 organisaties tenminste dan een jaar gebruik maken van RemindoToets en/ of MijnPortfolio gevraagd om ons te laten weten hoe tevreden ze zijn, over onze software en ondersteuning.

Nog niet alle verzoeken zijn beantwoord. Heb je dit verzoek ontvangen, maar nog niet beantwoord: het kan nog steeds! Het helpt ons om onze dienstverlening en producten te verbeteren.

We zijn trots op de reacties die we al wel hebben ontvangen. We delen dit graag en vertellen wat we doen met de ontvangen reacties.

Over onze dienstverlening

De vraag: Hoe goed helpen we je als je ons nodig hebt?

  • Gemiddeld cijfer 8,9
  • Laagste cijfer: 7
  • Hoogste cijfer 10

We hebben vervolgens gevraagd wat we zouden kunnen doen om een punt hoger te scoren dan het gegeven antwoord. Hier wordt met name aangegeven dat de responstijd soms wat lang is, zeker bij lastige vragen of wensen.

Nieuwe ontwikkelingen

We zijn er ons van bewust dat er meer wensen zijn dan punten die we kunnen toevoegen aan onze software, dat men op sommige punten wat langer moet wachten of punten helemaal niet gerealiseerd kunnen worden.

Heel veel verschillende organisaties, met elk hun eigen processen, maken gebruik van onze platforms. Onze platforms hebben veel mogelijkheden en worden zoveel mogelijk ingericht om ondersteuning te bieden aan iedere unieke gebruiker. Het blijven echter generieke platforms: we leveren geen maatwerk en de toevoegingen die we maken ondersteunen het liefst zoveel mogelijk gebruikers.

Wanneer we besluiten aan welke punten we gaan werken, kijken we naar wensen van gebruikers, naar onze eigen wensen (bijvoorbeeld ook met betrekking tot veiligheid en stabiliteit) en ontwikkelingen die we zien in de markt. Hiervan proberen we een optimale mix te maken, waarmee we zoveel mogelijk mensen blij hopen te maken. Soms betekent dit helaas ook dat we mensen moeten teleurstellen, omdat we iets níet doen.

Snelheid

Daarbij is er een bepaalde capaciteit aan beschikbare mankracht, zowel bij verdere ontwikkeling van de software, als bij het bieden van ondersteuning.

De vragen die we krijgen zijn vaak diepgaand en vragen een hoog kennisniveau van onze medewerkers. Niet alleen betreft onze software, maar ook betreft werkwijze en processen bij onze klanten. Vaak vraagt dit wat uitzoekwerk of inpassing in een releaseschema.

We besteden veel tijd aan kennisdeling op deze gebieden en we zijn doorlopend bezig met het werven van mensen. Zo hebben we onlangs twee developers aangenomen om het MijnPortfolio team te verstreken, twee mensen om het implementatieteam te verstreken én een toetsdeskundige die verder kan helpen met diepgaande vragen over het toetsproces. En heb je deze leuke vacature al gezien?

Ook al hebben we mooie cijfers gekregen voor onze dienstverlening, we zien wel ruimte voor verbetering en hebben ook al verbeteracties uitgezet. Het kan altijd beter en de lat kan altijd hoger! We streven ernaar verder te verbeteren en onze gebruikers, klanten en partners nog sneller en proactiever verder te helpen of duidelijkheid te geven.

Als je onze organisatie in één woord zou beschrijven,
wat zou dat woord zijn?

Over onze software

De vraag: Hoe goed bevalt het werken met onze software?

  • Gemiddeld cijfer 8,3
  • Laagste cijfer: 7
  • Hoogste cijfer 10

We vroegen vervolgens wat we zouden kunnen doen om een punt hoger te scoren dan het gegeven antwoord. Naast wat specifieke wensen kregen we goede tips, die doorgegeven worden aan het development team. Deze hadden betrekking op de soms wat steile leercurve en intuïtiviteit door de vele opties van met name RemindoToets. Dat nemen we ter harte en is iets waar we flink wat werk van willen maken de komende tijd.

We weten dat onze softwareplatforms zeer uitgebreid zijn qua opties en mogelijkheden, het kost tijd om alle functionaliteiten te leren kennen. We verzorgen natuurlijk graag de nodige training, onze servicedesk is goed bereikbaar en we werken aan het steeds verder vullen van onze kennisbank.

Daarnaast hebben we recent ons team flink uitgebreid qua user interface en user experience design. De focus ligt hierbij in eerste instantie op RemindoToets, maar we hopen ook met onze andere software van de nieuwe kennis en ideeën die we binnengehaald hebben te kunnen profiteren. Ons uitgangspunt en doel is het om de software aantrekkelijk en gebruiksvriendelijk te laten zijn, maar wel met alle opties die in de dagelijkse praktijk gevraagd worden door opdrachtgevers die serieus werk maken van toetsen, beoordelen en examineren.


Zie je (weer) een uitnodiging tot het geven van je mening over onze software en dienstverlening voorbij komen?

We stellen je feedback erg op prijs!


Gamification is zichtbaar (en onzichtbaar) terug te vinden in je dagelijkse activiteiten, en niet alleen online. Zit je veel in de auto? Dan ben je vast wel eens een verlicht verkeersbord tegengekomen dat je een smiley gaf omdat je je aan de snelheidslimiet hield. Dit is een van de vele voorbeelden van gamification. Op welke plekken komen we het nog meer tegen?

Het begrip ‘gamification’

Als je ooit een account hebt aangemaakt op sociale media, heb je waarschijnlijk te maken gehad met gamification. Waarom? Als je een profiel aanmaakt, zie je bijvoorbeeld een percentage dat aangeeft welk deel je hebt aangevuld. Je wil graag, bewust of onbewust, dat percentage graag op 100% zetten en daarom ga je verder met invullen. Als je klaar bent krijg je te zien dat je het goed hebt gedaan en dat je profiel ‘zeer deskundig’ is. We verstaan onder gamification dus niet alleen spellen of games, maar eigenlijk alles waar een spelmechanisme in is verwerkt.

Gamification moet er voor zorgen dat jij als gebruiker een positieve ervaring hebt tijdens en/of na het uitvoeren van een bepaalde taak. Het speelt in op menselijke emoties, waardoor je betrokkenheid wordt vergroot. Ook in MijnPortfolio kun je hier een voorbeeld van terugvinden. Als een deelnemer een opdracht of toets heeft afgerond, kleurt deze in het overzicht groen als er een voldoende is behaald. De lijst van taken wordt na verloop van tijd steeds groener, wat een prettig gevoel geeft. Het is heel eenvoudig, maar dit helpt mensen om die positieve emoties te ontvangen.

Is het effectief?

Je moet een duidelijke reden hebben waarom je gamification wilt inbrengen. Het wordt voornamelijk gebruikt om een proces of activiteit te verbeteren. Je wil bereiken dat mensen een taak makkelijk uitvoeren of sneller aanleren. Herhalende handelingen die erg foutgevoelig zijn, zijn vooral geschikt om aan te pakken met gamification. Ook leer- of trainingsactiviteiten kunnen worden verbeterd met elementen die gamification bevatten. Als begeleider kun je via MijnPortfolio hier zelf ook aan bijdragen, door bijvoorbeeld (actief) je deelnemers positieve feedback te geven wanneer zij opdrachten hebben afgerond.

Of gamification effectief is of niet hangt af van de manier waarop je het gebruikt. Elke methode heeft zijn eigen toepassing en ze zijn geschikt voor verschillende situaties. Er zijn oplossingen die erg uitgebreid zijn, zoals een speciale leeromgeving die complexe puntensystemen hanteert.

Voor het basisonderwijs bestaan leermethoden met kleurige animaties, gericht op jonge leerlingen. Denk aan dingen als heksenbrouwseltjes om breuken te leren. Deze zullen niet zo effectief zijn bij volwassenen, maar je kunt voor die doelgroep prima gebruik maken van punten, percentages en badges voor het afronden van opdrachten. Dit doe je door aan elke uit te voeren opdracht een bepaald aantal punten te koppelen. Geef aan hoeveel van de punten er te behalen zijn en wat het minimum of totaal aantal punten is. Dit geeft de deelnemers motivatie om opdrachten af te ronden en het benodigde aantal te behalen.


Vorige maand las je een artikel over hoe Paragin met de ISO 27001-norm omgaat. Deze maand hebben we een verdiepend artikel voor je: wat gebeurt er precies tijdens een interne en externe audit? En heeft Paragin opnieuw de hercertificering behaald?

Om te controleren of je organisatie voldoet aan de ISO 27001 norm, moeten er onder andere interne en externe audits plaatsvinden. Deze zijn nodig om een volledige controle te hebben of de gestelde normen goed worden nageleefd.

Interne audit

Met behulp van een interne audit kan worden bepaald of de doelstellingen voor het managementsysteem behaald worden en of beleid, procedures en werkinstructies correct worden uitgevoerd. Daarbij wordt de efficiëntie en effectiviteit beoordeeld van het Information Security Management System (ISMS). Het is de basis voor het management om beslissingen te nemen over verbeter- en preventieve acties. Een interne audit is een daarom een erg belangrijk onderdeel van het ISMS.

Een interne auditor (of een intern auditteam) moet beschikken over een aantal competenties. De interne auditor moet kennis hebben over de juiste inrichting en werking van een ISMS. Daarbij moet de interne auditor verstand hebben van de beveiligingsvraagstukken van de organisatie en de maatregelen die zijn genomen.

Voor het geven van aanbevelingen aan het management is het belangrijk dat de interne auditor zich onafhankelijk kan opstellen. Het kan voorkomen dat het auditrapport kritisch is over het ISMS en het management, en dat er kritische aanbevelingen in het rapport staan. Door de onafhankelijke positie van de interne auditor wordt voorkomen dat ongewenste aanbevelingen niet in de rapportage worden opgenomen. Dit geldt ook voor onderdelen zoals de beoordeling van het managementteam.

Als een enkele auditor te weinig is om de gehele organisatie te controleren, kan een auditteam worden samengesteld. Dit helpt ook wanneer er niet één aangewezen persoon is die alle kennis heeft van de ISO 27001-norm en/of het ISMS. Het auditteam kan dan zo opgesteld worden dat alle benodigde kennis aanwezig is. Bij Paragin werken twee van onze medewerkers aan de interne audits.

De criteria

Bij het uitvoeren van een interne audit zijn de auditcriteria van belang. Dit zijn de eisen op basis waarvan wordt vastgesteld of de organisatie op dat onderwerp voldoende scoort. Op basis van het normenkader zijn de onderwerpen bepaald die zijn opgenomen in de auditplanning. Een harde eis uit de normen is bijvoorbeeld dat een risicobeoordeling uitgevoerd moet worden en dat risiconiveaus vastgesteld moeten worden. Onderwerpen die niet zijn opgenomen in de ISO27001 norm kunnen in het beleid van de organisatie zelf worden vastgelegd. Denk bijvoorbeeld aan specifieke taken die aan medewerkers worden gesteld. Tijdens de interne audit kan gecontroleerd worden of voldaan wordt aan deze eis(en).

Alle maatregelen in het ISMS moeten duidelijk vastgesteld zijn en het moet helder zijn wanneer een criterium (on)voldoende wordt nageleefd. Bij het aanmaken van een auditplanning moet dit van tevoren opgezet zijn.

Externe audit

Het doel van de externe audit is in algemene zin hetzelfde als die bij de interne audit: vaststellen of de organisatie voldoet aan de (norm) eisen. Dit wordt vastgesteld door een externe auditor die tijdens de audit bekijkt of er eventueel tekortkomingen zijn in het managementsysteem. Zoals je vorige maand al kon lezen maakt Paragin gebruik van de diensten van Lloyd’s Register.

Bij de bekendere normen, zoals ISO 27001, bestaat een externe audit uit twee fasen, bij het verkrijgen van het certificaat:

  • In de eerste fase vindt het vooronderzoek plaats waarin de documentatie wordt onderzocht. Daarbij wordt tevens bekeken of alle verplichte (beleids)documenten aanwezig zijn en of dit alles in de organisatie is geïmplementeerd. Je kunt hierbij denken aan beleidsdocumenten, fysieke beveiliging, informatie-uitwisseling en de directiebeoordeling vanuit de interne audit. Als geconstateerd wordt dat de organisatie er klaar voor is, wordt er doorgegaan naar de tweede fase.
  • In de tweede fase vindt het certificeringsonderzoek plaats. Daarbij bekijkt een auditor of de vastgestelde acties uit fase één zijn doorgevoerd en hoe alles is aangepakt. Dat onderzoek doet hij o.a. door het afnemen van interviews met medewerkers. Op die manier kan bepaald worden of er gewerkt wordt zoals in beleid, procedures en werkinstructies is vastgelegd.

Indien er wordt voldaan aan eisen uit een certificatieschema, dan wordt er uiteindelijk een certificaat uitgereikt. Met behulp van dat certificaat kun je als organisatie aantonen dat er voldaan wordt aan de eisen vanuit de norm.

Het ISO 27001 certificaat is 3 jaar geldig en gedurende die drie jaar wordt de gehele norm opnieuw tenminste één maal geaudit, tijdens verschillende audit afspraken. Sommige onderdelen staat vaker op de agenda. Een externe audit vindt periodiek -bijvoorbeeld jaarlijks- plaats. Dit is afhankelijk van het aantal medewerkers en de (ICT) complexiteit van de organisatie.

Tijdens de drie jaar moet men aan blijven tonen dat de organisatie aan de normeisen voldoet. Eventuele afwijkingen moeten middels een plan van aanpak snel en duurzaam worden opgelost, om het certificaat te kunnen behouden.

Na een periode van drie jaar zal er gewoonlijk een nieuwe auditor komen, die opnieuw start met het doorlopen van de gehele norm. Bij voldoende resultaat wordt het certificaat hernieuwd en start een nieuwe driejaarlijkse cyclus met verschillende controle audits.


Paragin heeft eind augustus opnieuw een externe audit doorstaan, waardoor ons certificaat met 3 jaar is verlengd vanaf november aanstaande! Ons certificaat kun je op onze website terugvinden op de pagina voor Veiligheid en integriteit.


De Sociaal Economische Raad (SER) heeft afgelopen jaar een kennisdocument gepubliceerd, met daarin staat een onderzoek naar initiatieven voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en Van Werk Naar Werk (VWNW). Deze zijn gericht op scholing en omscholing van mensen binnen en buiten de arbeidsmarkt. In het rapport worden deze initiatieven toegelicht en worden verschillende organisaties als voorbeeld genoemd. Organisaties die gebruik maken van de software van Paragin!

(Om)scholing is belangrijk!

De aanleiding van het rapport is een verzoek van de Denktank Coronacrisis. In crisistijden komt het vrijwel altijd voor dat de (landelijke) werkloosheid omhoog gaat. Door te kijken naar de aanpak tijdens de huidige crisis hoopt het SER in de toekomst beter voorbereid te kunnen zijn. Er moet daarom geïnvesteerd worden in (om)scholing. De SER geeft hier de volgende redenen voor in het rapport:

  • Investeren in om- en bijscholing kan de duur van werkloosheid beperken.
  • Omscholing is nodig om de benodigde economische structuurverandering te ondersteunen en mismatch op de arbeidsmarkt te verkleinen.
  • Investeren in om- en bijscholing kan verdere ongelijkheid als gevolg van de crisis voorkomen.

Een succesvolle aanpak bestaat niet uit één maatregel. Uit de inventarisatie van de SER komt naar voren dat alle aspecten waar het individu en de werkgever belemmeringen ondervinden aandacht moeten krijgen. Coördinatie, loopbaancoaching, leer/werkervaring (meeloopstages), matching, werkzekerheid, financiering, daadwerkelijke plaatsing, nazorg en coaching op de nieuwe werkplek moeten aanwezig zijn om succesvol te zijn. In de praktijk bevatten (om)scholings- of VWNW-projecten vaak maar een deel van deze elementen. Het is echter juist belangrijk dat mensen worden meegenomen vanaf het moment dat werkloosheid dreigt, tot aan het inwerken op de nieuwe werkplek, en dat zij daarbij zoveel mogelijk zelf aan het stuur zitten.

Het is belangrijk dat (om)scholingstrajecten snel kunnen worden ingezet, en op basis van maatwerk, online en/of via werkend leren. Kennis, vaardigheden en competenties van mensen moeten zoveel mogelijk worden meegenomen, zoals via een EVC-traject met behulp van RemindoEVC.

Twee voorbeelden

In het rapport worden een aantal organisaties genoemd die op verschillende manieren aan (om)scholing bijdragen. Zo bestaan er gerichte omscholing, regionale fondsen, arbeidsmarktagenda’s, sociale partners met loopbaanondersteuning, regionale loopbaanondersteuning en werkgeversnetwerken. De onderstaande voorbeelden zijn organisaties waar Paragin mee samenwerkt.

James is een landelijk initiatief vanuit CNV, dat wil bijdragen aan loopbaanbewustzijn en loopbaancompetenties van werkenden en werkzoekenden. Zo’n 80% van de doelgroep is op dit moment werkenden. James ondersteunt deze mensen als het werk verandert of als zij zelf veranderen, om er zo voor te zorgen dat de match met het werk goed blijft. James heeft met verschillende sectoren afspraken gemaakt, bijvoorbeeld beveiliging, bouw & infrastructuur, onderwijs en zorg en welzijn. Diensten die worden aangeboden vanuit James zijn onder andere:

  • NL leert door – Gratis ontwikkeladvies
  • Loopbaanadvies o.b.v. een professionele coach
  • E-coaching
  • Advies over leerrekeningen
  • Workshops rondom loopbaanvaardigheden en duurzame inzetbaarheid
  • Intensieve van Werk naar Werk begeleiding
  • Advies en workshops over Job Crafting (ontwikkeling binnen je werk)
  • Leerambassadeurs
  • Digitaal loopbaanplatform (LoopbaanCentraal) om zelfstandig met je loopbaan aan de slag te gaan

Het digitale loopbaanplatform is opgezet in MijnPortfolio. Hier kunnen deelnemers bijvoorbeeld contact zoeken met hun coach, interessante nieuwsberichten lezen of opdrachten uitvoeren. Loopbaancoaches kunnen de gegevens van individuele deelnemers bekijken en ze beoordelen en ondersteunen.

Leo Loopbaan bundelt de krachten van partijen die actief zijn op de Limburgse arbeidsmarkt. Door deze met elkaar te verbinden ontstaat er een infrastructuur die Limburgers ondersteunt bij hun loopbaan- en ontwikkelvragen. Leo Loopbaan biedt (online) loopbaanondersteuning en ontwikkeling voor studerenden, werkenden en werkzoekenden. De aanpak van Leo Loopbaan richt zich onder andere op:

  1. bewustwording en het bevorderen van een LLO-cultuur waarbij eigen regie van het individu centraal staat
  2. oriëntatie op beroepen en sectoren
  3. loopbaanbegeleiding
  4. dataplatforms en portfolio
  5. bevorderen kennisuitwisseling en samenwerking.

Leo Loopbaan biedt met behulp van een speciaal ontworpen MijnPortfolio-omgeving verschillende tools om aan de eigen ontwikkeling te werken, zoals zelftesten, coaching, workshops en het organiseren van bijvoorbeeld meeloopdagen.


Bron: https://www.ser.nl/nl/Publicaties/kennisdocument-van-werk-naar-werk

1 2 3 15