We hebben heel spannend nieuws! Paragin en SOWISO bundelen de krachten om samen een grote stap te zetten in de markt van software voor het ontwikkelen van leerlingen, studenten en medewerkers!

Over SOWISO

SOWISO werkt al meer dan 10 jaar aan het verbeteren van STEM-onderwijs over de hele wereld. Begonnen als een spin-off van de Technische Universiteit Eindhoven was de eerste klant de Universiteit van Amsterdam, en sindsdien hebben vele universiteiten, hogescholen en middelbare scholen wereldwijd SOWISO gevonden als hét platform om STEM-vakken (wiskunde, science, statistiek) te oefenen en te toetsen.

Een andere zeer mooie innovatie van SOWISO is de introductie van OMPT in 2018. OMPT is een toelatingstest die aankomende universiteitsstudenten een veilige en gemakkelijke manier geeft om hun rekenvaardigheid aan te tonen. SOWISO ontwikkelt hiervoor online wiskunde-examens die wereldwijd, overal en altijd kunnen worden afgelegd. De OMPT-examens leveren een certificaat op die door veel universiteiten in Nederland erkend en gewaardeerd wordt als bewijs wat het wiskundeniveau is van de student die zich heeft aangemeld en of dit aan de minimale vereisten voldoet.

In 17 landen actief

Momenteel gebruiken meer dan 265.000 studenten het SOWISO-platform, in maar liefst 17 landen. 60+ toonaangevende instellingen vertrouwen SOWISO en het team blijft flink groeien (50% in het afgelopen jaar).

SOWISO blijft ook de komende jaren het STEM-onderwijs verbeteren en innoveren, met een focus op behoeften van studenten en het onderwijs. Paragin en SOWISO kunnen samen flink innoveren met de producten die we hiermee bij elkaar hebben en profiteren van de onderwijskundige toets- en examenkennis die we beide de afgelopen hebben opgedaan.

We hebben de afgelopen tijd intensief aan het samengaan van SOWISO en Paragin gewerkt. We kwamen er achter dat we niet alleen heel complementaire software hebben, maar ook werken vanuit dezelfde kernwaarden, visie en missie. We hebben daardoor erg veel zin om samen te bouwen aan een nog grotere en verder groeiende EdTech-organisatie die wereldwijd aan onderwijs, overheden en organisaties mooie software levert voor het ontwikkelen van leerlingen, studenten en medewerkers.

De samenwerking is natuurlijk ook mogelijk gemaakt door de gewaardeerde inzet van Main Capital, onze partner in de groei van Paragin.

Meer weten over onze samenwerking?

Wil je meer weten? Klik dan hier voor het persbericht van Main Capital voor meer informatie. Of bel of mail ons, we vertellen je graag meer over de mogelijkheden van SOWISO en onze samenwerking!


Wanneer je als klant een vraag hebt over onze software, weet je dat je terecht kunt bij onze Servicedesk. Daar zitten mensen die veel van onze software weten en je op alle vlakken meteen verder kunnen helpen. We vertellen graag wat meer over onze Servicedesk en de werkzaamheden.


Ben of ken je iemand die goed in ons Servicedeskteam zou passen? Klik dan hier voor de vacature op onze website!


De gezichten van de Servicedesk

Wanneer je met onze Servicedesk belt, krijg je alleen een stem te horen. We stellen je daarom graag voor aan Simone, Timo en Laurens, zodat deze namen ook een gezicht krijgen! Zij werken respectievelijk twee jaar, anderhalf jaar en een jaar bij Paragin. Simone komt uit Hooglanderveen, Timo uit Nijkerk en Laurens uit Amersfoort Vathorst, allemaal dicht bij ons kantoor. Heel toevallig hebben ze allemaal twee kinderen. Voor een teamuitje zijn ze ook alle drie wel in, een etentje met het hele team wordt zeker niet afgeslagen!

Simone, Timo en Laurens

Wat maakt dit zo’n leuk en gezellig team? Alle drie hebben ze een sociaal karakter en vinden ze het belangrijk om niet alleen tijd voor de klanten te nemen, maar ook voor collega’s. Ze helpen onze klanten altijd op een rustige en vriendelijke manier en het geeft ze altijd voldoening als iemand weer op weg is geholpen!

De prettige samenwerking en de goede sfeer zorgen er voor dat er makkelijk vragen aan elkaar gesteld worden. Ze kijken veel met elkaar en de rest van het team mee. Stelt een klant een vraag, waarop iemand niet direct het antwoord weet, dan wordt dit vaak direct binnen het team opgepakt. Uiteindelijk staan ze er nooit alleen voor, alle collega’s binnen Paragin helpen elkaar om onze klanten zo goed mogelijk bij te staan.

Hoe werkt de Servicedesk?

De voornaamste taak van de Servicedesk is klanten telefonisch of via de e-mail te ondersteunen. Ze zorgen zo dat onze klanten de software optimaal kunnen gebruiken. Als het druk is moet er snel geschakeld kunnen worden van het ene naar het andere onderwerp. Dat is soms een uitdaging, maar gaat altijd goed!

Er zijn verschillende manieren waarop Simone, Timo en Laurens klanten kunnen assisteren. Ze proberen eerst zelf de vragen te beantwoorden en terug te koppelen aan een klant. Hierbij kijken ze bijvoorbeeld mee in de betreffende RemindoToets- of MijnPortfolio-omgeving. Wanneer er niet direct een antwoord gevonden kan worden, zullen zij andere collega’s raadplegen of via ons interne systeem een melding aanmaken voor de developers. Wanneer het nodig is zullen deze collega’s de noodzakelijke aanpassingen doen en zal de klant een terugkoppeling krijgen wanneer dat is gebeurd.

Het team begint elke werkdag met een werkoverleg, waarin specifieke vragen of verzoeken van klanten nog eens gezamenlijk kunnen worden besproken. Dat is ook de reden dat je als klant soms onze telefoondienst aan de lijn krijgt. Deze dienst neemt onze telefoontjes aan op momenten dat we zelf de telefoon niet kunnen opnemen. Zij zorgen voor terugbelverzoeken voor ons met daarin uitgebreide informatie, zodat we precies weten om welke reden de betreffende klant contact heeft gezocht. Na het overleg worden deze klanten zo snel mogelijk teruggebeld.

Naast deze werkzaamheden maken de collega’s van de Servicedesk ook nieuwe omgevingen voor klanten aan. Je kunt hierbij denken aan een nieuwe afname-omgeving voor RemindoToets, waarbij de afbeelding bovenaan de pagina wordt gemaakt en de juiste kleuren worden ingesteld. Maar de Servicedesk maakt ook nieuwe MijnPortfolio omgevingen waarin de vormgeving wordt verzorgd of waarin de volgorde van de menu opties bijvoorbeeld naar wens van de klant kan worden ingesteld. Daarnaast ondersteunen ze incidenteel klanten bij het aanmaken van vragenlijsten of het importeren van toetsvragen in RemindoToets.

Team Service & Support

Het Servicedesk team is onderdeel van een groter team, namelijk team Service & Support. Het complete team bevat dus nog een aantal andere collega’s, op kantoor hebben zij allemaal een werkplek in dezelfde ruimte

  • Lobke stelde zichzelf vorige maand al voor! Zij beantwoordt als toetsdeskundige vooral tweedelijns vragen die te maken hebben met toetsconstructie; het samenstellen van toetsen, het vaststellen van de cesuur en het analyseren van toetsen in o.a. RemindoToets en MijnPortfolio. Op deze manier ondersteunt zij de collega’s van de teams Service & Support en Sales & Implementatie.
  • Olle onderhoudt o.a. de Kennisbank en het is handig om dan veel in de buurt van de Servicedesk collega’s te zijn. Als er vragen over de software binnenkomen, controleert hij of deze in de Kennisbank te vinden zijn. Zo, niet dan wordt dit bijgewerkt! Daarnaast zorgt hij elke maand voor de nieuwsbrief.
  • Marcia is de teamlead en zorgt dat het complete team optimaal het werk kan doen. Zij neemt, bijvoorbeeld wanneer de bezetting wat lager is, ook de telefoon op of beantwoordt de e-mail. Doordat zij als functioneel tester van RemindoToets veel kennis heeft over dit product, kan ze het team ook ondersteunen bij tweedelijns vragen hierover.

Ben je na dit artikel enthousiast geworden om samen te werken met Timo, Laurens en Simone? Klik dan hier voor de vacature op onze website!


Er zijn verschillende manieren te bedenken waarop onderwijs kan worden opgesteld. Als onderwijsontwerper maak je verschillende afwegingen om uiteindelijk tot een keuze te komen. Deze keuzes kunnen groot of klein zijn en daarmee een grote of kleine impact hebben op de effectiviteit van het onderwijs.

Gebruik leerdoelen als basis

Goed onderwijs is doelgericht. Leerdoelen vormen daar de basis voor. Ze helpen om naar een eindresultaat toe te werken en dienen als beginpunt voor de onderwijsopzet. Zorg hierbij dat de mensen die het onderwijs ontvangen een duidelijk overzicht hebben van alle leerdoelen. Zo weten ze waar hun inspanning toe gaat leiden en waarom het zinvol is om er energie in te steken.

Heb je ons eerdere artikel over programmatisch toetsen al gelezen? Dit is een bijzondere vorm van onderwijs die studenten zelf leerdoelen laat bepalen!

Creëer betrokkenheid

Leren vergt inspanning en dit vraagt om een zekere mate van motivatie en betrokkenheid. Betrokkenheid ontstaat als studenten zich kunnen vinden in de lesmethoden en wanneer ze interesse hebben in de manier waarop het onderwijs wordt aangeboden. Dit kan het best door een verbinding te leggen met de ‘echte’ wereld. Wat speelt er in de maatschappij? Waar houden de ontvangers van het onderwijs zich mee bezig? Door hier rekening mee te houden vergroot je de betrokkenheid van je studenten.

Ons interview met IBS Maastricht laat zien dat betrokkenheid een belangrijk onderdeel is van het onderwijs!

Het lesmodel moet passend zijn

Een goede opbouw is, net als het gebruik van leerdoelen, essentieel voor effectief onderwijs. Leren heeft verschillende fasen. Om open te staan voor het leerdoel is een motiverende introductie een belangrijk begin. Passende uitleg voor opeenvolgende onderdelen is nodig, zodat het behapbaar is voor studenten. Vervolgens is het nuttig om opdrachten met afbouwende ondersteuning (scaffolding) in te zetten. Als laatste kan door middel van evaluatie nagegaan worden of de eerder genoemde leerdoelen bereikt zijn.

Het artikel van deze maand over het 4C/ID-model geeft een voorbeeld voor het opstellen van een onderwijsopzet.

Toets de voortgang

Toetsen worden veelvuldig gebruikt om de voortgang van studenten te meten. Aan het eind van een instructie kan daarnaast geëvalueerd worden of het beoogde leerdoel bereikt is. De manier van toetsing hangt af van de vorm van onderwijs die wordt gehanteerd. Sommige opleidingen gebruiken praktische examens, anderen juist alleen digitale toetsen. Het gebruiken van een voortgangssysteem geeft ook inzicht in de ontwikkeling over een langere periode. Kortom, iedere soort evaluatie heeft een eigen functie en is daarmee onmisbaar.

De meeste lezers zijn bekend met RemindoToets, maar ben je ook al bezig met het analyseren van je toetsen? Daarmee kun je je toetsen nog beter maken. In dit Kennisbankartikel kun je vinden hoe dit precies in zijn werk gaat.


4C/ID staat voor Four Component Instructional Design (Vier Componenten Instructie Ontwerp). Het werd voor het eerst omschreven in 1992, door Jeroen van Merriënboer. In 1997 maakte hij er een uitgebreide publicatie van in het boek Training Complex Cognitive Skills. Hieronder lees je een samenvatting van het model en wat je er mee kunt.

Het 4C/ID-model dient als basis voor het ontwerpen van onderwijs. Je kunt het zien als hulpmiddel om het onderwijs in te richten en daarmee studenten complexe taken aan te leren. De toepassing van het volledige model voor het inrichten is mogelijk, maar ook de inzet van een aantal onderdelen kan al helpen.

Het 4C/ID-model bestaat uit vier gerelateerde componenten, die gezamenlijk zorgen voor het aanleren van vaardigheden. Deze componenten zijn als volgt:

  1. Leertaken. Onder leertaken verstaan we opdrachten die iemand een complete taak laten uitvoeren. Een collectie van leertaken leidt uiteindelijk tot het aanleren van een bepaalde handeling. Hoeveel leertaken er nodig zijn om dit te bereiken, hangt af van de complexiteit van die taak. De moeilijkheid van leertaken moet toenemen om iemand steeds beter te laten worden. Onderwijsontwerpers kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van scaffolding.
  2. Ondersteunende informatie dient als hulpmiddel bij het uitvoeren of oplossen van een leertaak. Je kunt hierbij denken aan theorie, in de vorm van lesboeken, video’s en andere media die informatie kan geven. Deze informatie is nuttig voor de gehele leertaak, ook bij een gevorderde persoon die de basis opnieuw wil doornemen.
  3. Procedurele informatie. Deze vorm van informatie is vooral nuttig bij een specifieke leertaak, omdat het betrekking heeft op routinetaken. Het zijn vaste regels die bij een taak komen kijken. Als je water wilt koken, zul je altijd dezelfde stappen moeten uitvoeren. Procedurele informatie vind je vaak in de vorm van een stappenplan of protocol. Dit wordt ook wel just-in-time (JIT) informatie genoemd, omdat het vaak alleen op een specifiek moment wordt aangeboden en niet continu, zoals bij ondersteunende informatie.
  4. Deeltaakoefeningen zijn nuttig als een bepaald onderdeel van een leertaak sterk routinematig is. Een wetenschappelijk paper schrijven kan bijvoorbeeld als deeltaakoefening het opzoeken van wetenschappelijke literatuur bevatten. Dit is een essentieel onderdeel wat studenten goed moeten beheersen. Een deeltaakoefening geeft er extra nadruk op, door bijvoorbeeld verschillende opzoekopdrachten op te stellen.
4C/ID toepassen

https://i.pinimg.com/originals/74/ea/51/74ea5170d332a926bdb8d5e66ddeb178.png

De bovenstaande afbeelding laat zien op welke manier de verschillende onderdelen samenhangen. Elk blok heeft een ander aantal leertaken, die een wisselende ‘vulling’ hebben. Dit geeft de mate van ondersteuning per taak aan: hoe leger de cirkel, hoe minder ondersteuning bij die taak wordt aangeboden. De rode balken tonen de ondersteunende informatie, die nuttig is voor het betreffende blok leertaken. Procedurele informatie is per leertaak aangegeven. De deeltaakoefeningen zijn apart genomen en worden waar nodig tussen de leertaken geplaatst.

Het 4C/ID-model kan op alle onderwijsvormen ingezet worden. Het is niet gericht op een bepaalde sector en is daarom nuttig voor medisch onderwijs, technische instructies, docententraining en veel meer. Daarnaast is het ingezet voor blended learning, gepersonaliseerd leren en programma’s voor assessment.

De leertaken worden door onderwijsontwerpers opgedeeld op basis van de leerdoelen van de opleiding. Het is lastig te zeggen hoe dit exact moet gebeuren, omdat de exacte opdeling in leertaken voor elke vorm van onderwijs anders zal zijn. Ook de meest passende vorm van de leertaken zal anders zijn. Het belangrijke aan de opzet is dat zo sterk mogelijk gebaseerd is op realistische taken en handelingen. Hoe realistischer de leertaken, hoe beter de studenten voorbereid zullen zijn om deze handelingen in het ‘echt’ uit te voeren.


Van Merriënboer, J. J. (1997). Training complex cognitive skills: A four-component instructional design model for technical training. Educational Technology.

Bij Paragin zijn we constant bezig om te zorgen dat onze software voldoet aan alle wensen. Hier horen ook integraties en koppelingen met externe software bij, als er klanten zijn die een specifieke functionaliteit graag in willen zetten. In dit artikel geven we een aantal voorbeelden van software die Paragin heeft geïntegreerd, of waar wij een directe verbinding mee hebben.

API en LTI

In onze software zijn sommige onderdelen direct opgenomen, maar het is mogelijk om te communiceren met andere, externe software. Hiervoor bieden wij een Application Programming Interface (API) aan. Een API maakt het mogelijk om bijna alle functionaliteiten aan te roepen vanuit een andere applicatie. Op deze manier kunnen we bijvoorbeeld RemindoToets en MijnPortfolio met elkaar laten communiceren. Ook kunnen via de API specifieke gegevens, zoals behaalde cijfers, opgevraagd worden door een extern systeem. Het is mogelijk een integratie met RemindoToets of MijnPortfolio in te bouwen in een bestaande applicatie, maar het is ook mogelijk om meerdere softwarepakketten aan elkaar te koppelen via Middleware-applicaties. Sommige onderwijsinstellingen hebben bijvoorbeeld een koppeling gemaakt tussen Osiris en RemindoToets. Onze klanten hebben in hun omgeving toegang tot een uitgebreide API-documentatie.

Een andere manier om systemen te koppelen is via Learning Tool Interoperability, afgekort tot LTI. Dit soort connecties zijn gericht op het leggen van connecties tussen software die gebruikt wordt in het onderwijs. Het principe is ongeveer hetzelfde als bij een API, echter is LTI een generieke standaard. Hierdoor is het mogelijk om systemen die deze standaard ondersteunen direct aan elkaar te koppelen, zonder dat hier een verdere implementatie voor nodig is. Via deze standaard kan RemindoToets opgestart worden vanuit bijvoorbeeld Blackboard, Moodle of een ander ELO of LMS. De instelmogelijkheden zijn echter minder uitgebreid dan via de API en daardoor is dit minder geschikt voor summatieve toetsafnames.

Voor een aantal softwareprogramma’s zijn er instellingen op de achtergrond heel eenvoudig in te voeren. Een koppeling maken is in die gevallen niet veel meer dan het opvragen van een speciale key en die in te vullen in onze omgevingen. Hieronder hebben we wat voorbeelden van software waar gemakkelijk een connectie mee kan worden gemaakt.

Koppelingen met RemindoToets

RemindoToets wordt gebruikt voor online examens, en daarom zijn er koppelingen beschikbaar met software die zorgt dat toetskandidaten niet buiten de toetsomgeving kunnen. Je hebt de proctoring-software Proctorio en ProctorExam. Dit zijn aparte browserextensies, die er voor zorgen dat kandidaten geen andere zaken op de computer kunnen gebruiken tijdens een toets. Er wordt daarbij een opname gemaakt van de student via de webcam. Ook kan bijvoorbeeld worden ingesteld dat de kandidaten hun id-kaart moeten tonen voor aanvang van de toets.

Een andere manier is het gebruiken van een speciale lockdownbrowser om daar de RemindoToetsomgeving in te laden. Dit kan met de Safe Exam Browser en Schoolyear. Deze tools beperken de toegang tot het systeem, andere applicaties en websites, en voorkomen dat niet toegestane middelen opgestart en gebruikt kunnen worden tijdens het examen. In RemindoToets zijn er specifieke instellingen waarmee een koppeling met een van deze browsers eenvoudig tot stand kan komen.

Als er veel gebruik wordt gemaakt van open vragen, kan het handig zijn om een plagiaatcheck te gebruiken. TurnItIn en Urkund/Ouriginal zijn twee opties waar RemindoToets eenvoudig een koppeling mee kan maken. Het prettige hieraan is dat deze allebei in de RemindoToetsomgeving zelf te gebruiken zijn. Wanneer een plagiaatcheck bij een toets wordt ingeschakeld, zal deze alle ingevulde tekst van kandidaten controleren op basis van een externe database. Een corrector ziet bij elke vraag het exacte percentage van overeenkomst met die database, zonder dat er een andere website of programma nodig is.

AlgebraKiT

AlgebraKiT is een functie in RemindoToets waarmee speciale reken- of wiskundige vragen worden opgesteld. Deze worden door de software automatisch gecontroleerd. Er zijn verschillende soorten vragen die aangemaakt kunnen worden, met onderdelen als geometrie of tabellen. Deze functionaliteiten zijn direct overgenomen in RemindoToets en zijn in te zetten in elke omgeving waar AlgebraKiT is ingeschakeld.

Readspeaker

De integratie met Readspeaker zorgt ervoor dat het mogelijk is om teksten voor te laten lezen. Het is niet nodig om hiernaast nog andere software te installeren en werkt hierdoor ook in combinatie met de eerder genoemde lockdown browsers.

Koppelingen met MijnPortfolio

MijnPortfolio heeft de mogelijkheid om met verschillende externe applicaties te werken. Organisaties die gebruik maken van de vacaturemodule geven hun gebruikers toegang tot een grote database met vacatures door het hele land. Een gebruiker kan daarmee zoeken op een bepaald onderwerp, of in een bepaald gebied in Nederland. Er zijn daarnaast modules die AMN– of Ixly-testen kunnen aanbieden, die bestaan uit bijvoorbeeld taaltoetsen of vragenlijsten gericht op loopbaanadviezen. Ook is het mogelijk een koppeling te maken met LDC, waar veel verschillende onderwerpen in vragenlijsten worden aangeboden.

Onze software kan daarnaast in combinatie met een Single-Sign-On oplossing worden gebruikt, waaronder SURFconext, Kennisnet Entree en elke oplossing die SAML ondersteunt, zoals Microsoft Active Directory/ADFS. Gebruikers kunnen zo via een externe Identity Provider (IdP) inloggen in hun deelnemer- of beheerdersaccount. Dit zorgt er voor dat een gebruiker geen extra inloggegevens nodig heeft om bij onze software te kunnen.


Onze Kennisbank heeft meer informatie over onze software en de verschillende koppelingsmogelijkheden! Deze is te vinden op https://support.paragin.nl/.


Sinds het begin van de coronapandemie is het gebruik van software voor het onderwijs sterk omhoog gegaan. We weten nog niet veel over de effecten die de noodzakelijke verschuiving naar digitaal onderwijs heeft veroorzaakt. Spaanse onderzoekers hebben daarom onderzoek gedaan naar het gebruik van een digitaal portfolio in het hoger onderwijs.

Verschuiving

Over de hele wereld werden en worden scholen gesloten als gevolg van corona. Dit dwong alle lagen van het onderwijs om naar digitale oplossingen te zoeken. In Spanje werd het gebruik van online tools door de overheid gepromoot met een speciaal opgezet programma. Digitale portfolio’s zijn voorgedragen als oplossing, omdat het een ondersteunende tool is waarin studenten zich professioneel en academisch kunnen ontwikkelen.

Onderzoekers van de Universiteit van Sevilla wilden weten of de studenten zelf zich ook in deze omschrijving konden vinden en of er mogelijk verschil zat in ervaring vóór en tijdens de pandemie. Ze vroegen naar verschillende onderwerpen, waar de studenten vervolgens hun mening over konden geven. Door middel van een kwalitatief onderzoek zijn positieve, maar ook kritische meningen naar voren gekomen.

Voordelen

Studenten zagen veel voordelen in het gebruik van een digitaal portfolio. Voor veel van hen hangt het samen met meer controle en autonomie over hun leerproces. Dit waren dan ook de meest voorkomende antwoorden. Als argumenten daarvoor stelden zij dat ze het prettig vonden om in het portfolio een eigen stijl en vormgeving te gebruiken en het konden indelen zoals zij dat wilden.

Een aantal studenten gaf aan dat het digitale portfolio hen helpt om te reflecteren. Het ondersteunt hen in het organiseren van hun kennis en helpt om terug te kijken op alles wat ze in eerdere stadia hebben geleerd. Dit was een belangrijke conclusie volgens de onderzoekers: er was verhoogde zelfregulatie, beter begrip van de leerstof en, als gevolg daarvan verbeterde toepassing, van de leerstof.

Hulp en ondersteuning

De studenten waren op bepaalde onderdelen kritisch over het digitale portfolio. Dit zijn vooral punten die samenhangen met het geforceerde online onderwijs. Zo geven sommigen aan dat ze niet goed weten hoe ze het portfolio efficiënt kunnen gebruiken. Deze studenten hebben ondersteuning van een docent nodig om er winst uit te halen op het gebied van leren. Op dat gebied is de feedback van docenten op het werk van studenten tevens van groot belang. De studenten vonden de feedback minder uitgebreid dan ze gewend waren. Dit staat in contrast met de situatie voor de pandemie, waar studenten dit juist positief ervaarden. De onderzoekers suggereren dat dit mogelijk ligt aan de drukte die docenten ervaren met de verschuiving naar het online onderwijs.

In de conclusie stellen de onderzoekers dan ook dat docenten in de toekomst gericht moeten blijven op de ondersteuning van studenten. Er moet niet te makkelijk gedacht worden over wat studenten allemaal kunnen, want een deel van hen heeft nog niet de skills om goed met het digitaal portfolio om te gaan. Dit kan deels verholpen worden door hier tijdens lessen continu aandacht aan te besteden.


Bron:
Domene-Martos, S., Rodríguez-Gallego, M., Caldevilla-Domínguez, D., & Barrientos-Báez, A. (2021). The Use of Digital Portfolio in Higher Education before and during the COVID-19 Pandemic. International journal of environmental research and public health, 18(20), 10904.

Deze maand stellen we graag drie nieuwe collega’s voor! Ze zijn alle drie tegelijkertijd in november bij Paragin komen werken. Ze hebben daarom ook samen het inwerktraject doorlopen. Ze vertellen graag wat over zichzelf en over hun ervaringen tot nu toe.


Mijn naam is Frédérique! Afkomstig uit Rozendaal, een klein dorpje bij Arnhem. Bij Paragin ben ik nu werkzaam binnen het Sales & Implementatieteam. Ik heb best een bijzonder carrièrepad gevolgd, want ik ben eigenlijk afgestudeerd in neuropsychologie. De onderzoeksrichting die ik in ging paste toch niet helemaal bij mij. Ik ben wel in de medische hoek gebleven en heb eerder met E-health gewerkt. Dat is software die bijvoorbeeld bij huisartsen wordt gebruikt.

De eerste drie maanden bij Paragin zijn super fijn verlopen. Iedereen is aardig en behulpzaam, het voelde echt als een warm bad! Prettig om samen met Lobke en Tamara er bij te komen, omdat we ook samen het inwerktraject konden doorlopen. Daar was echt goed over nagedacht, er zat een fijne balans tussen informatie krijgen en praten of overleggen met collega’s. Mensen nemen echt de tijd om je wegwijs te maken. Binnen het team merk ik dat ook.

Met de werkzaamheden gaat het goed! Recentelijk heb ik veel contact met Stichting Examenplatform UV, waar ik mij bezig houdt met de implementatie van digitaal toetsen. Hier komt bij kijken dat ik het platform en de examens inricht, training geef in hoe het platform werkt, en de werkwijze afstem met Examenplatform UV zodat de software het beste aansluit bij hun wensen. Dit is één van de klanten waar ik voor werk. Een ander voorbeeld is de Coöperatie Examens MBO. Daar ben ik bezig met bijvoorbeeld de opzet van rekenexamens. De organisaties en type klanten zijn ontzettend divers, precies wat het werken bij Paragin zo leuk maakt!

Frédériques feitje: Ik doe mee aan de gemeenteraadsverkiezingen in Rozendaal!


Hoi allemaal, ik ben Lobke, geboren en getogen in het welbekende Nijkerk! Ik ben bij Paragin aan de slag gegaan als toetsdeskundige en ik zal op dat gebied ook beschikbaar zijn in de tweede lijn van de servicedesk.

Ik heb de Onderwijskunde-master afgerond aan de Universiteit van Groningen. Bij eerdere organisaties heb ik leermiddelen en examens ontwikkeld. Daar werkte ik samen met inhoudsdeskundigen en hield ik me bezig met de vraag wat en hoe we mensen (laten) leren. Daar hield me dus al veel bezig met de vraag wat we mensen nou eigenlijk aanleren. Bij Paragin houdt dat me nog steeds bezig!

Het instromen met Tamara en Frédérique beviel ook erg goed! Samenwerken was (en is) echt ideaal om met z’n drieën te doen, zeker omdat de software zo uitgebreid is. We konden elkaar vragen en bevragen over alles wat we leerden. Sowieso was het hele inwerktraject goed opgezet. De informatie die we kregen was veel, maar met behulp van de opdrachten en samenwerking kwamen we er uit. Er werd constant gevraagd of we het nog konden volgen, dus je merkt de betrokkenheid van iedereen meteen. Paragin heeft een heel open communicatiestructuur, dat is echt bijzonder.

Op dit moment kijk ik mee met collega’s en leer ik een hoop, wat goed gaat en erg gezellig is. Zo luister ik mee met de servicedesk, dan weet ik waar klanten over bellen en hoe ik ze het beste te woord kan staan. Daarnaast zit ik in een wekelijks overleg, waar we bespreken of er bepaalde onderdelen van RemindoToets in de toekomst versterkt kunnen worden. Erg leuk en interessant om daar in mee te denken!

Lobkes feitje: Ik heb twee jaar lang op een schip gewoond en gewerkt!


Hallo, ik ben Tamara! Ik woon in Amersfoort Vathorst, net als een hoop andere collega’s bij Paragin, dicht bij de vestiging. Net als Frédérique ben ik werkzaam binnen het Sales & Implementatieteam.

In het verleden heb ik event management aan de HKU afgerond. Leuke opleiding, maar in de economische crisis ging het in dat werkveld niet goed. Uiteindelijk ben ik in de IT terecht gekomen, bij een softwarebedrijf waar ik ruim 10 jaar heb gewerkt.  In november heb ik de overstap gemaakt naar Paragin. Het is een uitdaging om met andere software bezig te zijn, maar wel een heel leuke!

Bij het inwerken heb ik zelf ook veel informatie gehad! Dat was soms wat overweldigend, maar allemaal goed gekomen. Ik vond de eerste weken erg leuk en het verbaasde me zelf een beetje hoe goed het geregeld was. Ik kreeg nu een laptop waar alles al op geïnstalleerd was en ik kon meteen overal inloggen. Dat gaat bij andere organisaties wel anders… Dat ik het inwerken samen met Frédérique en Lobke kon volgen was super fijn! We hebben veel gehad aan elkaar. Dingen samen uitzoeken is leuker en het motiveert ook: “Wat doet dit knopje? Dit kunnen we toch aanpassen?”. Het zijn simpele dingen, maar leuk om samen te doen. Ook met de andere collega’s spreken is erg leuk en ik vind het belangrijk om iedereen gezien te hebben. Echt wel jammer dat dat door corona nog lastig is.

Inmiddels veel gesprekken met klanten gevoerd, zowel online als offline. Dit was om mee te kijken en zelf operationeel bezig te zijn, onder andere om onze software te laten zien en wat we verder kunnen betekenen. Een tijdje terug zijn wij bij een organisatie geweest die software wil gaan aanbieden. Het afnemen van toetsen ging al via Paragin, maar de e-learning hadden ze nog niet. We hebben een opzet gemaakt om te laten zien wat we hen te bieden hebben. We peilen altijd wat de klant dan graag wil hebben en ze hebben een proefperiode om te software te bestuderen. In de tussentijd kijken zij wat ze willen en als zo’n proefperiode dan klaar is gaan we verder kijken hoe zij dit later zelf op kunnen pakken! Inmiddels heb ik ongeveer tien implementatietrajecten lopen, zoals praktijkexamens opzetten bij Aeres Tech.

Tamara’s feitje: Ik heb mijn eigen website (www.tinyfoodies.nl) waarop ik recepten deel voor jonge gezinnen!


Twijfels, twijfels… Bij het maken van een toets heeft iedereen wel eens getwijfeld tussen de antwoorden. Er gaan verschillende suggesties rond voor wat je dan het beste kunt doen. “Laat het antwoord open en vul het later in”, “Kies altijd antwoord C als je het niet weet” of “Blijf altijd bij je eerste antwoord”. Naar deze laatste uitspraak is ooit wetenschappelijk onderzoek gedaan.

Waar komt het vandaan?

In 1984 waren drie Amerikaanse onderzoekers benieuwd of het inderdaad logisch was om bij een vraag bij je eerst gekozen antwoord te blijven. Voor het uitvoeren van de studie lieten ze zien dat deze suggestie wijdverspreid was onder studenten. Een verzameling van eerdere studies toont aan dat zo’n driekwart van de studenten niet gelooft dat het veranderen van antwoord hun score zou verbeteren.

Waar haalden ze dit geloof dan precies vandaan? De onderzoekers zochten naar antwoorden in literatuur, maar daar niet veel te vinden. De meeste onderzoeken raden alleen aan om niet van antwoord te wisselen als de student op het randje van gokken zit. De literatuur raadt verder docenten aan om studenten niet te weerhouden om antwoorden te veranderen. Dat hangt er maar van af of docenten dit soort tactieken om te beginnen al klassikaal bespreken.

Zijn de docenten schuldig?

De betreffende onderzoekers gingen hier zelf nog een keer achteraan. Ze ondervroegen docenten of zij zelf van antwoord zouden wisselen en of ze dit met hun studenten hadden besproken. De helft van de docenten gaf aan dat ze geloofden dat van antwoord wisselen minder punten zou opleveren. Ongeveer 20% van alle ondervraagden heeft studenten aangeraden om bij het eerste antwoord te blijven. Het overgrote deel raadt alleen aan om een ander antwoord te kiezen nadat alle antwoorden volledig overwogen zijn.

Op basis van hun eigen onderzoek, leek het er vooral op dat de studenten het geloof van elkaar overnamen. Deden ze hier goed aan?

Metastudie

De onderzoekers hebben vervolgens een metastudie gedaan naar het veranderen van antwoorden. Dit was niet altijd even betrouwbaar, omdat onderzoekers in die tijd elke aanpassing met eigen ogen moesten registreren. RemindoToets bestond nog niet!

Uit de verzamelde data bleek dat gemiddeld 84% van de studenten minstens één antwoord op een toets wisselen. Per toets veranderden zij gemiddeld 3.3% van de totale respons. Verder werd duidelijk hoeveel van deze studenten er op vooruitgingen wat betreft de eindscore van de toets. De geschatte mediaan voor alle onderzoeken in de metastudie is dat 67.5% van de studenten er op vooruitging nadat zij een ander antwoord selecteerden. Zo’n 15% ging er op achteruit en het overige gedeelte veranderde niet van score. Dit hangt nog wel af van het vraagtype: meerkeuzevragen zagen relatief minder vooruitgang in score dan vragen met slecht twee antwoordmogelijkheden.

Wie verandert meer?

Er zijn een aantal variabelen onderzocht die mogelijk het wisselen van antwoorden konden verklaren. Als eerste wordt academische vaardigheid besproken. De conclusie was dat studenten die hogere cijfers haalden minder antwoorden veranderden. Als je bedenkt dat degenen die goed studeren vaak hoger scoren op een toets, is dat ook vanzelfsprekend: de kans is veel groter dat ze het goede antwoord al weten. In hetzelfde straatje is het logisch dat je geen tien haalt door al je antwoorden te veranderen.

Daarnaast leken vrouwen iets vaker van antwoord te wisselen dan mannen, maar er kon niet bewezen worden dat vrouwen er relatief meer profijt van hadden. Een aantal studies in de metastudie hebben naar persoonlijkheden van studenten gekeken. Er wordt gesuggereerd dat impulsieve mensen meer geneigd zijn om aanpassingen te doen, er zijn echter geen significante resultaten gevonden.


Bron:

Benjamin Jr, L. T., Cavell, T. A., & Shallenberger III, W. R. (1984). Staying with initial answers on objective tests: Is it a myth?. Teaching of Psychology, 11(3), 133-141.


Deze maand spreken we met Frank Aretz over programmatisch toetsen. Na het eerste, introducerende artikel en het tweede artikel over de module in MijnPortfolio vertelt Frank ons nu meer over zijn ervaring met programmatisch toetsen in de praktijk. Frank is sinds 2009 verbonden aan de International Business School Maastricht, onderdeel van Zuyd University of Applied Sciences. Deze opleiding behandelt thema’s als marketing, sales en bedrijfseconomie en wordt geheel in het Engels gegeven. Frank is destijds gevraagd om les te komen geven, zodat het onderwijs wat dichter bij de ‘echte’ wereld zou komen te staan. Frank heeft dit altijd parttime gedaan, omdat hij ook (software)bedrijven heeft die te maken hebben met business en marketing. We vragen hem naar zijn ervaringen vanuit IBS Maastricht. Waarom hebben ze voor programmatisch toetsen gekozen? Welke mogelijkheden heeft het geboden? Zal programmatisch toetsen in de toekomst door meer organisaties gebruikt worden?

IBS Maastricht is de eerste organisatie waar Paragin de module voor programmatisch toetsen aanbiedt! Hoe ben je met de organisatie op deze vorm van onderwijs uitgekomen?

We hebben onderzoek gedaan naar probleemgestuurd onderwijs, maar dat was niet naar wens. Die vorm ging er nog steeds van uit dat wij als aanbieder van onderwijs voor de student bepalen wat ze leren. We kregen het gevoel dat het daarom niet zo lang relevant zou blijven. Vervolgens hebben we gekeken naar high impact learning that lasts. Hier hebben we een belangrijke les uit kunnen halen, namelijk dat studenten graag inzien waarom zij bepaalde dingen moeten leren. Dit is in het onderwijs vaak niet duidelijk. Waarom zou de student een bepaald onderwerp moeten kennen, als ze denken dat ze er later geen gebruik van maken? We noemen dit urgency, of urgentie in het Nederlands. Als voor studenten duidelijk is waarom iets geleerd moet worden, worden zij meer gemotiveerd om meer met leerstof te doen naast het reproduceren voor een tentamen.

Verder richtten we ons ook meer op intersubjectiviteit. Samengevat houdt dat in dat mensen verschillende meningen over iets kunnen hebben. Ook in het onderwijs kan dit zo zijn en we kunnen daarom niet altijd verwachten dat verschillende correctors altijd dezelfde beoordeling moeten geven. Wij vinden het daarom belangrijker dat verschillende mensen naar de afgeronde taken van een student kijken. Dit wordt binnen programmatisch toetsen goed geregeld. De software van Paragin helpt daar perfect bij. We hebben alle onderdelen in één systeem zitten, in plaats van verschillende systemen te moeten gebruiken voor verschillende onderdelen. Ook voor de studenten is het handig om alles op een plek te hebben.

Mijn ideaalbeeld zou zijn dat we afstappen van de docent als baken van kennis en deze meer gaan zien als begeleider van ontwikkeling.

Je gaf aan dat je al geruime tijd werkzaam voor IBS Maastricht. Wanneer begon voor jou persoonlijk de urgentie om iets te veranderen in het onderwijs?

Rond 2016 merkte ik dat we vooral bezig waren om het onderwijssysteem tevreden te houden. Daarmee bedoel ik dat we in mijn beleving te weinig bezig waren met studenten ontwikkelen. We waren veel tijd kwijt aan dingen als evalueren, formulieren maken en toetscommissies bespreken. Hierdoor werd er minder op het onderwijs zelf gelet, het lesgeven viel bijvoorbeeld meer op de achtergrond. Het gaat er uiteindelijk om dat studenten zo goed mogelijk worden opgeleid, zodat ze in de toekomst goed aan het werk kunnen. Goed onderwijs aanbieden is daar essentieel in.

Waren er misschien specifieke signalen die je aanspoorden om iets anders te proberen?

In diezelfde periode worstelden we met de opkomst in de klassen. Studenten kunnen in deze tijd veel informatie bij elkaar googelen, wat de kennisoverdracht in de klas minder relevant maakt. Ik heb ooit een les gegeven waarin de kostprijs van een telefoon aan bod kwam. Ik zei geloof ik iets van 25 dollar. Een student zei snel daarna “Dat klopt niet, het is 21.85”. Een mooi voorbeeld van hoe eenvoudig het tegenwoordig is om simpele dingen direct op te zoeken. Je zou zelfs zo ver kunnen gaan dat docenten dit soort informatie niet meer hoeven te geven, omdat studenten dat zelf wel kunnen opzoeken als je ze aanleert hoe dat moet.

Als we zo veel theoretische informatie aanbieden, vinden de studenten het minder belangrijk om de lessen te volgen. Het was jammer om te zien dat de interesse er niet meer was, omdat de mensen die out-of-the-box kunnen denken dan niet terugkomen. Traditioneel zijn die er juist erg veel bij onze opleiding en dat zijn de studenten die je wilt aantrekken en opleiden.

Het lastige hieraan is dat wij eerst niet konden identificeren waar dit aan lag. Aan het begin dachten we dat het aan de studenten zelf lag. “De moderne student was gewoon niet geïnteresseerd genoeg”, zeiden we. Dit ging zelfs zo ver dat we aanwezigheidsplichten hebben ingesteld, met consequenties eraan verbonden. Achteraf gezien is dat erg scheef. Als de studenten van het onderwijs wegblijven, waarom zou het forceren ervan het dan wel aantrekkelijk maken? We hebben toen besloten iets anders te gaan doen. We wilden af van het ‘moeten’. We wilden af van die regels.

Je zou zo ver kunnen gaan dat docenten bepaalde informatie niet meer hoeven te geven, omdat studenten dat zelf wel kunnen opzoeken als je ze aanleert hoe dat moet.

Studenten zijn verschillend in wat zij prettig onderwijs vinden. Waarom geloof je dat het niet aan hen lag?

De studenten die bij ons binnenkomen zijn van verschillende leeftijden, de meesten tussen 17 en 23 jaar oud. De helft van hen komt uit het buitenland. We geloven dat het overgrote deel van deze studenten intrinsiek gemotiveerd is om onze opleiding te volgen en af te maken. We weten dat deze studenten deugen. Om die reden denk ik dat we het onderwijs niet goed aanboden. Het onderwijs in het algemeen gaat te weinig uit van die motivatie. Daarom vind ik vraagstukken zoals plagiaatsoftware ook erg onnodig. Het gaat om mensen die een persoonlijke groei doormaken en we moesten de opleiding met die gedachte gaan verbeteren. We mogen echt wel wat meer vertrouwen hebben in onze studenten. Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om onderwijs aan te bieden wat bij hen past.

In ons vorige artikel keken we naar de verschillende worlds die in de omgeving van IBS Maastricht zijn opgezet. Daarin worden de overkoepelende leerdoelen van de opleiding beschreven. Hoe verhoudt een beoordelingsprocedure zich hiermee?

Studenten hebben eigen verantwoordelijkheid over het leerproces, dus opdrachten bedenken ze zelf. In onze omgeving worden ze challenges genoemd. Ze stellen een of meerdere challenges voor, waarmee zij kunnen aantonen dat ze het niveau voor hun leerdoelen hebben behaald. Ook deze hebben ze zelf opgesteld. Uiteindelijk komen de challenges en indiviudele leerdoelen samen om de overkoepelende doelstellingen, de worlds, van de opleiding af te kunnen strepen.

Bij elk leerdoel hoort dus een of meerdere challenges. Een challenge wordt door de student zelf aan een feedback provider gekoppeld. Dit zijn voornamelijk docenten, hoewel ze in deze rol ook als coach fungeren. Deze persoon kijkt samen met de student naar de gegevens die zij hebben aangeleverd. Dit zijn uitgevoerde opdrachten zoals rapporten, gegeven presentaties of feedback van externe organisaties. Zoals in de aard van programmatisch toetsen ligt, is dit geheel aan de student welke invulling er aan gegeven wordt.

We geloven dat het overgrote deel van deze studenten intrinsiek gemotiveerd is om onze opleiding te volgen en af te maken.

Je gaf aan dat je zelf twee dagen per week les geeft. Ben jij dan ook beschikbaar voor het geven van feedback? Heb je misschien een voorbeeld?

Als docent hoor ik er inderdaad ook bij! Recentelijk heeft een student mij gevraagd om feedback te geven op een rapport wat hij met een aantal medestudenten had geschreven. Ik heb ervaring in het werkveld als consultant en dat weten studenten van mij. Het is daarom logisch dat degenen die bezig zijn met dit onderwerp naar mij toe komen en ik help daar graag mee.

Dit specifieke rapport had betrekking op het bevoorradingsproces van een extern bedrijf waar de student contact mee had. Na het lezen geef ik de student feedback, in dit geval met de suggestie om het rapport wat leesbaarder te maken en heldere conclusies te noteren. De student schrijft mijn feedback op, plaatst een nieuw datapunt met een samenvatting van ons gesprek en/of de feedback en dient het in. Ik bevestig vervolgens dat dit klopt en ik relateer het datapunt aan de worlds die gekoppeld waren. Ik kan bij elk onderdeel vervolgens aangeven op welk niveau de student zit. Zo wordt voor mijn collega’s ook direct zichtbaar of de student vooruitgang boekt, aan de hand van alle datapunten.

Hoe werkt de verdeling dan precies voor het geven van feedback?

Een student kiest er zelf voor om bij iemand om feedback te vragen. Het is mogelijk om telkens dezelfde persoon te selecteren, maar we bespreken dan om ook andere docenten te benaderen. Het blijft natuurlijk goed om zo veel mogelijk docenten naar je werk te laten kijken. Mij collega’s zullen misschien heel verschillende feedback geven, het is goed voor de student om daar zelf op te letten.

Het is voor studenten best een ding om zo veel verantwoordelijkheid te hebben in het leerproces.

Zeker! Wat ik er zelf erg leuk aan vind, is dat het leerproces heel duidelijk twee kanten op gaat. Studenten hebben het bijvoorbeeld over NFT’s, een nieuwe ontwikkeling die samenhangt met blockchain-technologie en dat soort zaken. Ik heb echt geen idee hoe dat werkt, dus studenten kunnen mij daar juist weer over vertellen. Als het een onderwerp is waar zij graag in ontwikkelen, vind ik dat alleen maar mooi om te zien. Wij zijn er om hen daarbij te helpen. Ze houden zelf de verantwoordelijkheid om voor ons die ontwikkeling zichtbaar te maken.

Hoe zie jij programmatisch toetsen in de toekomst? Denk je dat het door meer organisaties opgepakt zal worden?

We hebben contact gehad met grote organisaties die zelf ook merken dat recent afgestudeerden regelmatig moeite hebben met hun eerste baan. Het huidige onderwijs sluit in dat geval niet goed aan, zeggen ze. Soms gaat dit zo ver dat mensen opnieuw opgeleid moeten worden. Dat is gewoon zonde. Ze zijn daarom benieuwd hoe we bij IBS Maastricht het programmatisch toetsen hebben ingebracht en hoe dit zich uiteindelijk vertaalt naar het werkveld.

Op dit moment zijn wij een van de weinige opleidingen die programmatisch toetsen geïntegreerd hebben in de opleiding. Het is ook niet eenvoudig om zomaar om te schakelen naar een ander systeem. Docenten die al 20 tot 25 jaar in het vak zitten kunnen het lastig vinden om te wisselen. Ik zie het wel voor me dat we over een tijd, wanneer meer organisaties programmatisch toetsen hebben opgepakt, er een grotere verschuiving zal plaatsvinden. Ik denk dat we het traditionele onderwijs, met alle kwantificaties die erbij komen kijken, achter ons laten. We gaan ons gezamenlijk meer richten op de mensen die we opleiden.

Mijn ideaalbeeld zou zijn dat we afstappen van de docent als baken van kennis en deze meer gaan zien als begeleider van ontwikkeling. Ik denk dat mensen veel gemotiveerder zullen zijn, omdat ze meer inspraak hebben in hoe ze worden opgeleid. Op dit moment zijn we zelf in ieder geval heel tevreden over de software van Paragin, het biedt ons alles om programmatisch toetsen op een prettige manier aan te kunnen bieden. We gaan zien hoe het zich de komende jaren gaat ontwikkelen!


Er zijn verschillende methoden om het opstellen en verbeteren van toetsen soepel te laten verlopen. Een van deze methoden heet De Toetsing Getoetst. Het projectteam wat deze methode heeft ontwikkeld is afkomstig van de HAN, in samenwerking met Zuyd Hogeschool. In dit artikel wordt deze methode kort toegelicht.

Het doel van de methode De Toetsing Getoetst is zorgen dat de kwaliteit van toetsing binnen het hoger onderwijs verhoogd zou worden. Toen het project in 2011 van start ging, stond deze kwaliteit regelmatig ter discussie. De afgelopen jaren zijn aan de hand van het project verschillende vormen van ondersteuning opgesteld, waaronder praktische handvatten voor opleidingen om zelf aan de slag te gaan. Hieronder lees je daar een korte samenvatting van.

Een proces met een cyclus

In het boek van Sluijsmans, Joosten-ten Brinke en van Schilt-Mol (2015) wordt het stappenplan van de methode weergegeven als cyclus. Hier zit een gedachte achter, namelijk dat toetsen constant verbeterd kunnen worden. De cyclus bestaat uit vier stappen met één losstaande voorbereiding. Elke stap maakt een belangrijk onderdeel uit van de cyclus ten behoeve van het analyseren, verbeteren en waarborgen van toetsen.

Stap 0. Voorbereiding

Hoewel deze stap niet direct in de cyclus wordt geplaatst, is voorbereiding nog steeds noodzakelijk. Er wordt voorgesteld om een persoon aan te stellen als moderator. Deze is verantwoordelijk voor een goed verloop van alle opeenvolgende stappen. In de voorbereiding kan het nuttig zijn om deze persoon als voorzitter van bijeenkomsten aan te stellen, zodat alle betrokkenen tot een gezamenlijk plan kunnen komen.

Verder moet van tevoren duidelijk zijn welke actoren gedurende het proces de kwaliteit van toetsing op zich nemen. Voor elk onderdeel van toetsing kan dit verschillend zijn, omdat actoren hierbij een verschillende mate van betrokkenheid hebben. Een examencommissie is bijvoorbeeld gedurende het gehele proces betrokken, terwijl een opleidingscoördinator vooral bij de toetsorganisatie iets inbrengt.

Stap 1. Toetsingskwaliteit analyseren

De Toetsing Getoetst schrijft voor dat elke ‘laag’ binnen het toetsingsproces apart op kwaliteit geanalyseerd wordt. Dit zijn de volgende zes lagen:

  • Toetsbeleid
  • Toetsprogramma
  • Toetsen
  • Toetstaken
  • Toetsbekwaamheid
  • Toetsorganisatie

De actoren die betrokken zijn bij een laag, komen gezamenlijk tot een kwaliteitsoordeel door individueel bewijsstukken aan te leveren. De soorten stukken zijn voor elke laag anders. Denk bij toetsbeleid bijvoorbeeld aan een beleidsplan en bij een toets zelf aan toetsmatrijzen en -analyses.

De moderator neemt alle oordelen samen en legt deze voor aan de actoren. Het overleg wordt vastgelegd, zodat alle besproken informatie gemakkelijk gebruikt kan worden in de volgende stap.

Stap 2. Doelen en ambities vaststellen

Aan de hand van stap 1 stellen de actoren doelen en ambities op die zij op het gebied van toetskwaliteit willen bereiken. Denk bijvoorbeeld aan de relevantie van de toets in verhouding tot de maatschappij. Zijn er bepaalde onderwerpen die onvolledig of verouderd zijn? Als dit het geval is, stellen de actoren bijvoorbeeld als doel om dit aan te scherpen.

Ook in dit onderdeel kunnen de actoren van mening verschillen. Dit kan zijn omdat zij een andere positie hebben in het proces of vanwege verschil in perceptie van het onderwerp. Studenten die het onderwijs ontvangen hebben misschien een andere blik dan degenen die het toetsbeleid opstellen. In dit geval zorgt de moderator opnieuw dat er een gezamenlijke beslissing komt.

Stap 3. Het uitwerken van doelen en activiteiten

In de derde stap werken de actoren aan het schrijven van plannen van aanpak. Hierin geven zij aan welke actoren welke taken op zich nemen en op welke manier die uitgevoerd worden. Net als bij de eerdere stappen is dit afhankelijk van de relevantie van de actoren bij een specifiek onderdeel. Het specifiek maken van de taken kan opnieuw gezamenlijk worden bepaald, waarbij de moderator coördineert. Er moet aan het eind van deze stap duidelijk zijn op welke manier de activiteiten bij gaan dragen aan verbeterde toetskwaliteit.

Stap 4. Uitvoeren en monitoren van activiteiten

Het uitvoeren van de activiteiten vindt als laatste onderdeel van de cyclus plaats. Het is de bedoeling dat deze volgens de omschrijving in het plan van aanpak worden gevolgd. De methode doet als suggestie om de examencommissie als verantwoordelijke voor het monitoren aan te stellen. De moderator zal regelmatig in overleg met de commissie zijn over het navolgen van de activiteiten door de actoren. Dit is wel afhankelijk van wat de activiteiten precies inhouden, omdat dit per opleiding sterk kan verschillen. Uiteindelijk moeten de activiteiten er toe leiden dat de kwaliteit van de toetsing meetbaar is verbeterd.

Een nieuwe cyclus

Wanneer de cyclus in zijn geheel is doorlopen, zal men weer bij stap 1 uitkomen. Er wordt geen specifiek tijdsbestek genoemd waarbinnen een cyclus zich zal afspelen. Dit kan afhankelijk zijn van de grootte van de opleiding, het aantal betrokken actoren en de geconstateerde kwaliteit van de toetsen. De Toetsing Getoetst maakt het met deze methode eenvoudiger om een stappenplan met routine op te stellen, onafhankelijk van de tijdsperiode.

Kijk voor een uitgebreide omschrijving van de gehele methodiek in de onderstaande bron, of op de website van de HAN: https://www.han.nl/projecten/2011/de-toetsing-getoetst/


Bron:

Sluijsmans, D., Joosten-ten Brinke, D., & van Schilt-Mol, T. (2015). Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen. Maklu.