We vinden het erg belangrijk dat onze klanten en partners graag met ons samenwerken én graag werken met onze software. We zijn daarom onlangs gestart met klanttevredenheidsonderzoek. Benieuwd naar de eerste resultaten?

Met veel klanten hebben we regelmatig contact, bijvoorbeeld via onze servicedesk of collega’s die ondersteunen bij de implementatie. We hebben zo vaak al een goed beeld van hoe tevreden men is over de samenwerking en onze producten en wat eventuele wensen zijn voor doorontwikkeling of verbetering.

De samenwerking is vaak voor langere tijd, waardoor we veel van onze klanten en partners al jaren kennen. Het komt daardoor ook voor dat men geheel zelfstandig aan het werk is met onze software en we elkaar minder frequent spreken. We vinden het belangrijk om te weten dat ook deze klanten nog steeds blij zijn hun omgeving. Hierom willen we regelmatig(er) en ook op andere manieren gaan meten hoe tevreden men is met onze dienstverlening en software.

Onlangs hebben we 77 organisaties tenminste dan een jaar gebruik maken van RemindoToets en/ of MijnPortfolio gevraagd om ons te laten weten hoe tevreden ze zijn, over onze software en ondersteuning.

Nog niet alle verzoeken zijn beantwoord. Heb je dit verzoek ontvangen, maar nog niet beantwoord: het kan nog steeds! Het helpt ons om onze dienstverlening en producten te verbeteren.

We zijn trots op de reacties die we al wel hebben ontvangen. We delen dit graag en vertellen wat we doen met de ontvangen reacties.

Over onze dienstverlening

De vraag: Hoe goed helpen we je als je ons nodig hebt?

  • Gemiddeld cijfer 8,9
  • Laagste cijfer: 7
  • Hoogste cijfer 10

We hebben vervolgens gevraagd wat we zouden kunnen doen om een punt hoger te scoren dan het gegeven antwoord. Hier wordt met name aangegeven dat de responstijd soms wat lang is, zeker bij lastige vragen of wensen.

Nieuwe ontwikkelingen

We zijn er ons van bewust dat er meer wensen zijn dan punten die we kunnen toevoegen aan onze software, dat men op sommige punten wat langer moet wachten of punten helemaal niet gerealiseerd kunnen worden.

Heel veel verschillende organisaties, met elk hun eigen processen, maken gebruik van onze platforms. Onze platforms hebben veel mogelijkheden en worden zoveel mogelijk ingericht om ondersteuning te bieden aan iedere unieke gebruiker. Het blijven echter generieke platforms: we leveren geen maatwerk en de toevoegingen die we maken ondersteunen het liefst zoveel mogelijk gebruikers.

Wanneer we besluiten aan welke punten we gaan werken, kijken we naar wensen van gebruikers, naar onze eigen wensen (bijvoorbeeld ook met betrekking tot veiligheid en stabiliteit) en ontwikkelingen die we zien in de markt. Hiervan proberen we een optimale mix te maken, waarmee we zoveel mogelijk mensen blij hopen te maken. Soms betekent dit helaas ook dat we mensen moeten teleurstellen, omdat we iets níet doen.

Snelheid

Daarbij is er een bepaalde capaciteit aan beschikbare mankracht, zowel bij verdere ontwikkeling van de software, als bij het bieden van ondersteuning.

De vragen die we krijgen zijn vaak diepgaand en vragen een hoog kennisniveau van onze medewerkers. Niet alleen betreft onze software, maar ook betreft werkwijze en processen bij onze klanten. Vaak vraagt dit wat uitzoekwerk of inpassing in een releaseschema.

We besteden veel tijd aan kennisdeling op deze gebieden en we zijn doorlopend bezig met het werven van mensen. Zo hebben we onlangs twee developers aangenomen om het MijnPortfolio team te verstreken, twee mensen om het implementatieteam te verstreken én een toetsdeskundige die verder kan helpen met diepgaande vragen over het toetsproces. En heb je deze leuke vacature al gezien?

Ook al hebben we mooie cijfers gekregen voor onze dienstverlening, we zien wel ruimte voor verbetering en hebben ook al verbeteracties uitgezet. Het kan altijd beter en de lat kan altijd hoger! We streven ernaar verder te verbeteren en onze gebruikers, klanten en partners nog sneller en proactiever verder te helpen of duidelijkheid te geven.

Als je onze organisatie in één woord zou beschrijven,
wat zou dat woord zijn?

Over onze software

De vraag: Hoe goed bevalt het werken met onze software?

  • Gemiddeld cijfer 8,3
  • Laagste cijfer: 7
  • Hoogste cijfer 10

We vroegen vervolgens wat we zouden kunnen doen om een punt hoger te scoren dan het gegeven antwoord. Naast wat specifieke wensen kregen we goede tips, die doorgegeven worden aan het development team. Deze hadden betrekking op de soms wat steile leercurve en intuïtiviteit door de vele opties van met name RemindoToets. Dat nemen we ter harte en is iets waar we flink wat werk van willen maken de komende tijd.

We weten dat onze softwareplatforms zeer uitgebreid zijn qua opties en mogelijkheden, het kost tijd om alle functionaliteiten te leren kennen. We verzorgen natuurlijk graag de nodige training, onze servicedesk is goed bereikbaar en we werken aan het steeds verder vullen van onze kennisbank.

Daarnaast hebben we recent ons team flink uitgebreid qua user interface en user experience design. De focus ligt hierbij in eerste instantie op RemindoToets, maar we hopen ook met onze andere software van de nieuwe kennis en ideeën die we binnengehaald hebben te kunnen profiteren. Ons uitgangspunt en doel is het om de software aantrekkelijk en gebruiksvriendelijk te laten zijn, maar wel met alle opties die in de dagelijkse praktijk gevraagd worden door opdrachtgevers die serieus werk maken van toetsen, beoordelen en examineren.


Zie je (weer) een uitnodiging tot het geven van je mening over onze software en dienstverlening voorbij komen?

We stellen je feedback erg op prijs!


Gamification is zichtbaar (en onzichtbaar) terug te vinden in je dagelijkse activiteiten, en niet alleen online. Zit je veel in de auto? Dan ben je vast wel eens een verlicht verkeersbord tegengekomen dat je een smiley gaf omdat je je aan de snelheidslimiet hield. Dit is een van de vele voorbeelden van gamification. Op welke plekken komen we het nog meer tegen?

Het begrip ‘gamification’

Als je ooit een account hebt aangemaakt op sociale media, heb je waarschijnlijk te maken gehad met gamification. Waarom? Als je een profiel aanmaakt, zie je bijvoorbeeld een percentage dat aangeeft welk deel je hebt aangevuld. Je wil graag, bewust of onbewust, dat percentage graag op 100% zetten en daarom ga je verder met invullen. Als je klaar bent krijg je te zien dat je het goed hebt gedaan en dat je profiel ‘zeer deskundig’ is. We verstaan onder gamification dus niet alleen spellen of games, maar eigenlijk alles waar een spelmechanisme in is verwerkt.

Gamification moet er voor zorgen dat jij als gebruiker een positieve ervaring hebt tijdens en/of na het uitvoeren van een bepaalde taak. Het speelt in op menselijke emoties, waardoor je betrokkenheid wordt vergroot. Ook in MijnPortfolio kun je hier een voorbeeld van terugvinden. Als een deelnemer een opdracht of toets heeft afgerond, kleurt deze in het overzicht groen als er een voldoende is behaald. De lijst van taken wordt na verloop van tijd steeds groener, wat een prettig gevoel geeft. Het is heel eenvoudig, maar dit helpt mensen om die positieve emoties te ontvangen.

Is het effectief?

Je moet een duidelijke reden hebben waarom je gamification wilt inbrengen. Het wordt voornamelijk gebruikt om een proces of activiteit te verbeteren. Je wil bereiken dat mensen een taak makkelijk uitvoeren of sneller aanleren. Herhalende handelingen die erg foutgevoelig zijn, zijn vooral geschikt om aan te pakken met gamification. Ook leer- of trainingsactiviteiten kunnen worden verbeterd met elementen die gamification bevatten. Als begeleider kun je via MijnPortfolio hier zelf ook aan bijdragen, door bijvoorbeeld (actief) je deelnemers positieve feedback te geven wanneer zij opdrachten hebben afgerond.

Of gamification effectief is of niet hangt af van de manier waarop je het gebruikt. Elke methode heeft zijn eigen toepassing en ze zijn geschikt voor verschillende situaties. Er zijn oplossingen die erg uitgebreid zijn, zoals een speciale leeromgeving die complexe puntensystemen hanteert.

Voor het basisonderwijs bestaan leermethoden met kleurige animaties, gericht op jonge leerlingen. Denk aan dingen als heksenbrouwseltjes om breuken te leren. Deze zullen niet zo effectief zijn bij volwassenen, maar je kunt voor die doelgroep prima gebruik maken van punten, percentages en badges voor het afronden van opdrachten. Dit doe je door aan elke uit te voeren opdracht een bepaald aantal punten te koppelen. Geef aan hoeveel van de punten er te behalen zijn en wat het minimum of totaal aantal punten is. Dit geeft de deelnemers motivatie om opdrachten af te ronden en het benodigde aantal te behalen.


Vorige maand las je een artikel over hoe Paragin met de ISO 27001-norm omgaat. Deze maand hebben we een verdiepend artikel voor je: wat gebeurt er precies tijdens een interne en externe audit? En heeft Paragin opnieuw de hercertificering behaald?

Om te controleren of je organisatie voldoet aan de ISO 27001 norm, moeten er onder andere interne en externe audits plaatsvinden. Deze zijn nodig om een volledige controle te hebben of de gestelde normen goed worden nageleefd.

Interne audit

Met behulp van een interne audit kan worden bepaald of de doelstellingen voor het managementsysteem behaald worden en of beleid, procedures en werkinstructies correct worden uitgevoerd. Daarbij wordt de efficiëntie en effectiviteit beoordeeld van het Information Security Management System (ISMS). Het is de basis voor het management om beslissingen te nemen over verbeter- en preventieve acties. Een interne audit is een daarom een erg belangrijk onderdeel van het ISMS.

Een interne auditor (of een intern auditteam) moet beschikken over een aantal competenties. De interne auditor moet kennis hebben over de juiste inrichting en werking van een ISMS. Daarbij moet de interne auditor verstand hebben van de beveiligingsvraagstukken van de organisatie en de maatregelen die zijn genomen.

Voor het geven van aanbevelingen aan het management is het belangrijk dat de interne auditor zich onafhankelijk kan opstellen. Het kan voorkomen dat het auditrapport kritisch is over het ISMS en het management, en dat er kritische aanbevelingen in het rapport staan. Door de onafhankelijke positie van de interne auditor wordt voorkomen dat ongewenste aanbevelingen niet in de rapportage worden opgenomen. Dit geldt ook voor onderdelen zoals de beoordeling van het managementteam.

Als een enkele auditor te weinig is om de gehele organisatie te controleren, kan een auditteam worden samengesteld. Dit helpt ook wanneer er niet één aangewezen persoon is die alle kennis heeft van de ISO 27001-norm en/of het ISMS. Het auditteam kan dan zo opgesteld worden dat alle benodigde kennis aanwezig is. Bij Paragin werken twee van onze medewerkers aan de interne audits.

De criteria

Bij het uitvoeren van een interne audit zijn de auditcriteria van belang. Dit zijn de eisen op basis waarvan wordt vastgesteld of de organisatie op dat onderwerp voldoende scoort. Op basis van het normenkader zijn de onderwerpen bepaald die zijn opgenomen in de auditplanning. Een harde eis uit de normen is bijvoorbeeld dat een risicobeoordeling uitgevoerd moet worden en dat risiconiveaus vastgesteld moeten worden. Onderwerpen die niet zijn opgenomen in de ISO27001 norm kunnen in het beleid van de organisatie zelf worden vastgelegd. Denk bijvoorbeeld aan specifieke taken die aan medewerkers worden gesteld. Tijdens de interne audit kan gecontroleerd worden of voldaan wordt aan deze eis(en).

Alle maatregelen in het ISMS moeten duidelijk vastgesteld zijn en het moet helder zijn wanneer een criterium (on)voldoende wordt nageleefd. Bij het aanmaken van een auditplanning moet dit van tevoren opgezet zijn.

Externe audit

Het doel van de externe audit is in algemene zin hetzelfde als die bij de interne audit: vaststellen of de organisatie voldoet aan de (norm) eisen. Dit wordt vastgesteld door een externe auditor die tijdens de audit bekijkt of er eventueel tekortkomingen zijn in het managementsysteem. Zoals je vorige maand al kon lezen maakt Paragin gebruik van de diensten van Lloyd’s Register.

Bij de bekendere normen, zoals ISO 27001, bestaat een externe audit uit twee fasen, bij het verkrijgen van het certificaat:

  • In de eerste fase vindt het vooronderzoek plaats waarin de documentatie wordt onderzocht. Daarbij wordt tevens bekeken of alle verplichte (beleids)documenten aanwezig zijn en of dit alles in de organisatie is geïmplementeerd. Je kunt hierbij denken aan beleidsdocumenten, fysieke beveiliging, informatie-uitwisseling en de directiebeoordeling vanuit de interne audit. Als geconstateerd wordt dat de organisatie er klaar voor is, wordt er doorgegaan naar de tweede fase.
  • In de tweede fase vindt het certificeringsonderzoek plaats. Daarbij bekijkt een auditor of de vastgestelde acties uit fase één zijn doorgevoerd en hoe alles is aangepakt. Dat onderzoek doet hij o.a. door het afnemen van interviews met medewerkers. Op die manier kan bepaald worden of er gewerkt wordt zoals in beleid, procedures en werkinstructies is vastgelegd.

Indien er wordt voldaan aan eisen uit een certificatieschema, dan wordt er uiteindelijk een certificaat uitgereikt. Met behulp van dat certificaat kun je als organisatie aantonen dat er voldaan wordt aan de eisen vanuit de norm.

Het ISO 27001 certificaat is 3 jaar geldig en gedurende die drie jaar wordt de gehele norm opnieuw tenminste één maal geaudit, tijdens verschillende audit afspraken. Sommige onderdelen staat vaker op de agenda. Een externe audit vindt periodiek -bijvoorbeeld jaarlijks- plaats. Dit is afhankelijk van het aantal medewerkers en de (ICT) complexiteit van de organisatie.

Tijdens de drie jaar moet men aan blijven tonen dat de organisatie aan de normeisen voldoet. Eventuele afwijkingen moeten middels een plan van aanpak snel en duurzaam worden opgelost, om het certificaat te kunnen behouden.

Na een periode van drie jaar zal er gewoonlijk een nieuwe auditor komen, die opnieuw start met het doorlopen van de gehele norm. Bij voldoende resultaat wordt het certificaat hernieuwd en start een nieuwe driejaarlijkse cyclus met verschillende controle audits.


Paragin heeft eind augustus opnieuw een externe audit doorstaan, waardoor ons certificaat met 3 jaar is verlengd vanaf november aanstaande! Ons certificaat kun je op onze website terugvinden op de pagina voor Veiligheid en integriteit.


De Sociaal Economische Raad (SER) heeft afgelopen jaar een kennisdocument gepubliceerd, met daarin staat een onderzoek naar initiatieven voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en Van Werk Naar Werk (VWNW). Deze zijn gericht op scholing en omscholing van mensen binnen en buiten de arbeidsmarkt. In het rapport worden deze initiatieven toegelicht en worden verschillende organisaties als voorbeeld genoemd. Organisaties die gebruik maken van de software van Paragin!

(Om)scholing is belangrijk!

De aanleiding van het rapport is een verzoek van de Denktank Coronacrisis. In crisistijden komt het vrijwel altijd voor dat de (landelijke) werkloosheid omhoog gaat. Door te kijken naar de aanpak tijdens de huidige crisis hoopt het SER in de toekomst beter voorbereid te kunnen zijn. Er moet daarom geïnvesteerd worden in (om)scholing. De SER geeft hier de volgende redenen voor in het rapport:

  • Investeren in om- en bijscholing kan de duur van werkloosheid beperken.
  • Omscholing is nodig om de benodigde economische structuurverandering te ondersteunen en mismatch op de arbeidsmarkt te verkleinen.
  • Investeren in om- en bijscholing kan verdere ongelijkheid als gevolg van de crisis voorkomen.

Een succesvolle aanpak bestaat niet uit één maatregel. Uit de inventarisatie van de SER komt naar voren dat alle aspecten waar het individu en de werkgever belemmeringen ondervinden aandacht moeten krijgen. Coördinatie, loopbaancoaching, leer/werkervaring (meeloopstages), matching, werkzekerheid, financiering, daadwerkelijke plaatsing, nazorg en coaching op de nieuwe werkplek moeten aanwezig zijn om succesvol te zijn. In de praktijk bevatten (om)scholings- of VWNW-projecten vaak maar een deel van deze elementen. Het is echter juist belangrijk dat mensen worden meegenomen vanaf het moment dat werkloosheid dreigt, tot aan het inwerken op de nieuwe werkplek, en dat zij daarbij zoveel mogelijk zelf aan het stuur zitten.

Het is belangrijk dat (om)scholingstrajecten snel kunnen worden ingezet, en op basis van maatwerk, online en/of via werkend leren. Kennis, vaardigheden en competenties van mensen moeten zoveel mogelijk worden meegenomen, zoals via een EVC-traject met behulp van RemindoEVC.

Twee voorbeelden

In het rapport worden een aantal organisaties genoemd die op verschillende manieren aan (om)scholing bijdragen. Zo bestaan er gerichte omscholing, regionale fondsen, arbeidsmarktagenda’s, sociale partners met loopbaanondersteuning, regionale loopbaanondersteuning en werkgeversnetwerken. De onderstaande voorbeelden zijn organisaties waar Paragin mee samenwerkt.

James is een landelijk initiatief vanuit CNV, dat wil bijdragen aan loopbaanbewustzijn en loopbaancompetenties van werkenden en werkzoekenden. Zo’n 80% van de doelgroep is op dit moment werkenden. James ondersteunt deze mensen als het werk verandert of als zij zelf veranderen, om er zo voor te zorgen dat de match met het werk goed blijft. James heeft met verschillende sectoren afspraken gemaakt, bijvoorbeeld beveiliging, bouw & infrastructuur, onderwijs en zorg en welzijn. Diensten die worden aangeboden vanuit James zijn onder andere:

  • NL leert door – Gratis ontwikkeladvies
  • Loopbaanadvies o.b.v. een professionele coach
  • E-coaching
  • Advies over leerrekeningen
  • Workshops rondom loopbaanvaardigheden en duurzame inzetbaarheid
  • Intensieve van Werk naar Werk begeleiding
  • Advies en workshops over Job Crafting (ontwikkeling binnen je werk)
  • Leerambassadeurs
  • Digitaal loopbaanplatform (LoopbaanCentraal) om zelfstandig met je loopbaan aan de slag te gaan

Het digitale loopbaanplatform is opgezet in MijnPortfolio. Hier kunnen deelnemers bijvoorbeeld contact zoeken met hun coach, interessante nieuwsberichten lezen of opdrachten uitvoeren. Loopbaancoaches kunnen de gegevens van individuele deelnemers bekijken en ze beoordelen en ondersteunen.

Leo Loopbaan bundelt de krachten van partijen die actief zijn op de Limburgse arbeidsmarkt. Door deze met elkaar te verbinden ontstaat er een infrastructuur die Limburgers ondersteunt bij hun loopbaan- en ontwikkelvragen. Leo Loopbaan biedt (online) loopbaanondersteuning en ontwikkeling voor studerenden, werkenden en werkzoekenden. De aanpak van Leo Loopbaan richt zich onder andere op:

  1. bewustwording en het bevorderen van een LLO-cultuur waarbij eigen regie van het individu centraal staat
  2. oriëntatie op beroepen en sectoren
  3. loopbaanbegeleiding
  4. dataplatforms en portfolio
  5. bevorderen kennisuitwisseling en samenwerking.

Leo Loopbaan biedt met behulp van een speciaal ontworpen MijnPortfolio-omgeving verschillende tools om aan de eigen ontwikkeling te werken, zoals zelftesten, coaching, workshops en het organiseren van bijvoorbeeld meeloopdagen.


Bron: https://www.ser.nl/nl/Publicaties/kennisdocument-van-werk-naar-werk


In het onderwijs moet je kunnen reflecteren. Dat geldt voor zowel degenen die onderwijs ontvangen als degenen die het aanbieden. Reflectie kan betrekking hebben op opdrachten die je hebt uitgevoerd of aangeboden, maar het kan ook toegepast worden op de manier waarop je leert. Deze laatste vorm van reflecteren stelt je in staat om na te denken over je eigen leerproces en er sturing aan te geven. Dit proces wordt metacognitie genoemd.

Twee onderdelen

Metacognitie is een veel voorkomend begrip in het onderwijs. Het geeft leerlingen de kennis en vaardigheden om het eigen denken, handelen en leren te organiseren, te sturen en te controleren. Wanneer iemand dit proces goed beheerst, weet deze persoon welke manier van denken nodig is om een probleem op te kunnen lossen. Simpel gezegd: leren over leren.

De term metacognitie wordt opgedeeld in twee onderdelen: metacognitieve kennis en metacognitieve vaardigheden. Het eerste gaat over het identificeren van welke kennis je wel of niet beheerst. Met behulp van metacognitie ben je meer bewust van onderdelen die je nog niet goed begrijpt. Je kunt daarom jezelf sturing geven aan het leerproces. De metacognitieve vaardigheden komen daar goed van pas. Dit heeft betrekking op de manier waarop je het leren aanpakt. Je kunt bijvoorbeeld de juiste leerstrategie toepassen, afhankelijk van wat je aan moet leren. Voor woordjes leren heb je misschien bepaalde ezelsbruggetjes die je goed helpen, of je weet op welke manier je leesvragen moet aanpakken.

Metacognitie inbrengen in de les

Er zijn verschillende manieren om metacognitie te promoten in het onderwijs. Hieronder vind je vijf ideeën die helpen om je leerlingen over hun eigen leerproces te laten nadenken.

  1. Opbouwen van relaties

Als je als docent een goede relatie opbouwt met je leerlingen, creëer je een veilige omgeving. Het zorgt ervoor dat je goed met elkaar kunt communiceren. Deze sfeer helpt je leerlingen om hardop na te denken over het leerproces en hoe ze dit kunnen verbeteren. Denk hierbij ook aan het durven maken van fouten, zoals je in het andere artikel van vorige maand kon lezen.

  1. Hardop denken

In dezelfde lijn als het eerste punt is het normaliseren van hardop denken. Als een leerling niet op een antwoord kan komen, probeer dan om wat ondersteunende vragen te stellen. Door dit te doen kun je een leerling inzicht geven in de stappen die nodig zijn om tot een antwoord te komen. Dit helpt voor het ontwikkelen van een leerstrategie.

  1. Ideeën met elkaar delen

Je kunt als docent de leerstrategieën natuurlijk ook direct aanbieden. Je kunt bij een opdracht je leerlingen laten uitzoeken welke strategie het beste werkt, zodat ze in de toekomst weten welke ze nodig hebben. Daarnaast weten ze of ze een eigen voorkeur hebben voor een bepaalde strategie. Dit kan er vervolgens voor zorgen dat ze meer vertrouwen in zichzelf hebben, omdat ze een nieuwe methode hebben om vragen te beantwoorden.

  1. Hulpmiddelen aanbieden

Er zijn verschillende manieren waarop je leerlingen kan laten reflecteren. Een bekende methode is de SMART-methode, waarbij je een schema kunt hanteren. De leerlingen kunnen dit schema gebruiken om een overzicht te maken van de doelen die ze willen behalen. Elke letter in SMART staat weer voor een bepaald onderdeel in het leerproces, waar ze notities bij kunnen maken.

  1. Zichtbaar denken

Denken gebeurt natuurlijk in je hoofd. Het is echter vaak lastig om je leerproces achteraf uit te leggen. Het kan daarom nuttig zijn om leerlingen hun gedachteproces op te laten schrijven of uit te tekenen. Als docent krijg je inzicht hoe iemand tot een bepaald antwoord is gekomen. Dit is ook waarom docenten bij wiskunde de uitleg willen zien: hoe ben je tot je antwoord gekomen? Als je wel het goede antwoord hebt, maar niet de juiste methode gebruikt, is het wel de bedoeling dat je alsnog de gewenste methode aanleert. Dit voorkomt het maken van fouten in de toekomst.


Bron: https://www.kuleuven.be/onderwijs/ken-je-studenten/leren-van-studenten/metacognitie


Bij Paragin zijn we constant bezig met informatieveiligheid. Dat houdt in dat we goed zorgen voor alle gegevens die we verwerken en onze eigen producten moeten zo goed mogelijk beveiligd zijn. Paragin volgt hiervoor de eisen van de ISO 27001 norm, waarvoor wij gecertificeerd zijn. We lichten graag toe wat de ISO 27001-norm inhoudt en waarom het belangrijk is.

Waar staat ISO voor?

ISO is de internationale organisatie die zich bezig houdt met standaardisatie. Het is de grootste ontwikkelaar voor internationale normen voor allerlei onderwerpen. Inmiddels bestaan er zo’n 20000, waaronder normen voor onder andere productieprocessen, voedselverwerking, landbouw en zorgverlening. Al deze standaardisatie vergemakkelijkt (handels)connecties en samenwerking door gemeenschappelijke normen tussen landen voor te dragen. Ook voor technologie en informatie zijn standaarden ontwikkeld. ISO 27001 met betrekking tot informatiebeveiliging is er daar een van.

In Nederland is de NEN het nationale orgaan voor standaardisering. Voor informatiebeveiliging in de zorg heeft de NEN bijvoorbeeld norm 7510, gebaseerd op ISO 27001. Daarin staan nog extra onderdelen die alleen betrekking hebben op medische (persoons)gegevens.

Wat beschrijft ISO 27001?

De ISO 27001 norm beschrijft hoe informatie procesmatig beveiligd kan worden. Ook stelt de norm eisen voor het vaststellen, uitvoeren, controleren, beoordelen, bijhouden en verbeteren van een gedocumenteerd managementsysteem. In het geval van deze norm heet dat systeem ISMS (Information Security Management System). Een onderdeel hiervan is bijvoorbeeld het regelmatig uitvoeren van een risicoanalyse waarmee risico’s rondom informatiebeveiliging worden geïnventariseerd en procesmatig worden weggenomen.

ISO 27001 is onderverdeeld in hoofdstukken die elk een onderdeel van informatiebeveiliging behandelen. Er zijn in totaal tien hoofdstukken, waarvan de laatste zeven eisen bevatten om in aanmerking te komen voor een certificering. Hieronder staat van die hoofdstukken een korte toelichting:

  • Organisatiecontext: dit hoofdstuk bevat de verschillende eisen die betrekking hebben op de organisatie, de context en de (externe) belanghebbenden. Daarbij let je op de verwachtingen en behoeften die anderen van jouw organisatie kunnen hebben.
  • Leiderschap: de directie van een organisatie moet altijd betrokken en scherp zijn, zodat de eisen van ISO 27001 worden nageleefd. Er moet gezorgd worden voor continue communicatie over de veiligheid en dat altijd verbetering kan plaatsvinden. Als je als medewerker vergeet om je computer te vergrendelen, kun je er bij Paragin op rekenen dat je daar op aangesproken wordt!
  • Planning: een organisatie moet maatregelen hebben voor risicoverkleining. Hierbij hoort onder andere het verdelen van taken, analyseren van risico’s en evaluatie van de procedures.
  • Ondersteunende processen: in dit onderdeel wordt beschreven welke middelen beschikbaar moeten zijn voor ondersteuning van het ISMS. Welke competenties zijn er nodig? Bij Paragin krijgt elke nieuwe medewerker bijvoorbeeld een training om kennis te maken met de ISO 27001 en alle eisen die daar onder vallen te kunnen hanteren.
  • Uitvoering: natuurlijk moeten alle bovenstaande onderdelen uitgevoerd worden. Bij de uitvoering horen ook eisen die aangehouden moeten worden. Hieronder valt ook risicobeoordeling die de organisatie zelf uitvoert. De resultaten moeten daarvan bewaard blijven.
  • Prestaties: de eisen in dit hoofdstuk gaan over het evalueren van de prestaties. Hoe goed gaat het op het gebied van informatieveiligheid? Dit gebeurt door analyse en evaluatie. Interne audits en directiebeoordeling zijn hier onderdelen van. Hieruit volgen aanbevelingen en mogelijke verbeterpunten.
  • Verbetering: wat doe je als er een punt is waarop verbeterd kan worden? Ook hier heeft de ISO 27001 eisen voor. Hoe ga je om met afwijkingen, welke corrigerende maatregelen moet je treffen en hoe blijf je bezig met continue verbetering? Hieronder valt ook het aanpassen van het ISMS zelf.
Waarom is het belangrijk?

Veel organisaties en mensen vertrouwen op Paragin voor een veilige opslag en verwerking van hun gegevens en data. Veiligheid, betrouwbaarheid en beveiliging zijn daarom belangrijke begrippen in onze organisatie, waar wij altijd bewust mee omgaan. Zo zorgen wij dat we een betrouwbare partner zijn voor onze klanten, partners en gebruikers. De ISO 27001 helpt ons hierbij, omdat we zo een sterk beleid hebben rondondom veiligheid van data.

Naast het feit dat wij het als organisatie belangrijk vinden, is de intrede van de AVG een sterke wettelijke basis voor het beveiligen van gegevens en informatie. Implementatie van ISO 27001 is niet compleet dekkend voor de eisen die de AVG heeft, maar het is er wel een uitstekend basis voor. De opslag van data, risicoanalyses uitvoeren en bescherming van persoonsgegevens zijn allemaal al opgenomen in ISO 27001.

Door het gebruik van een gestandaardiseerde norm kan hier op getoetst worden door externe, onafhankelijk organisaties zoals onze auditor Lloyd’s Register. Hiervoor kun je certificaat krijgen, zodat aangetoond kan worden dat de informatieveiligheid goed wordt gewaarborgd.

Op onze website kun je dit certificaat terugvinden. Op die pagina staat ook een verdere toelichting over ISO 27001 en kun je meer lezen over onze beveiligingsmaatregelen.


Bron: https://www.nen.nl/nen-en-iso-iec-27001-2017-a11-2020-nl-265545


Misschien heb je in het artikel over metacognitie al gelezen dat dingen opschrijven helpt bij het leren. Het geeft inzicht in het gedachteproces, waaruit je informatie kan halen. Deze kennis kun je vervolgens weer gebruiken om je leervaardigheden te versterken. 

Onthouden en reflecteren

Net zoals iets uitleggen je helpt bij het onthouden van informatie, werkt het opschrijven ervan net zo. Door informatie op papier (of scherm) te zetten, ondersteunt dit de werking van je langetermijngeheugen. Wanneer je informatie niet herhaalt, zal het na verloop van tijd vergeten. Het opschrijven is dus een nuttig middel om het te blijven onthouden. Dit staat ook wel bekend als het retrieval effect.

Verder verbetert het schrijfproces ook het vermogen van een leerling om informatie op te halen, verschillende concepten te verbinden en informatie op nieuwe manieren samen te voegen. Zodoende is schrijven niet alleen een hulpmiddel om leren te beoordelen, het bevordert het ook. Het is belangrijk middel voor reflectie en metacognitie.

Waarom niet typen?

Natuurlijk is typen efficiënter en sneller dan schrijven. Je kunt ook makkelijker je structuur aanpassen als je dat wilt. Als we het echter hebben over het gebied van informatie verwerken en onthouden, blijkt dat dingen opschrijven toch beter werkt. Sterker nog, dit komt waarschijnlijk juist doordat je langzamer informatie verwerkt.

Bij het typen ben je voornamelijk bezig met transcriberen en minder met het verwerken van de inhoud. Dat is de conclusie van een onderzoek naar het maken van notities op een laptop of via handgeschreven tekst (Mueller en Oppenheimer, 2014). Doordat studenten met een laptop meer focus legden op zoveel mogelijk aantekeningen maken, waren ze minder bezig met het verwerken van de gepresenteerde informatie. De onderzoekers geven toe dat het noteren van zoveel mogelijk informatie nuttig kan zijn in bepaalde situaties. Met de hand schrijven was te langzaam om alles te noteren. In de toetsen bleek achteraf wel dat de studenten die geschreven notities hadden gemaakt veel beter scoorden.

Creatieve manieren van schrijven

Weet je niet goed hoe je je leerlingen of studenten aan het schrijven kan zetten? Probeer dan eens een van de onderstaande suggesties:

  1. Laagdrempelig schrijven

Het is niet altijd even makkelijk om gedachten of ideeën uit te schrijven. Je kunt daarom voorleggen om wat regels weg te halen. Laat studenten minder rekening houden met regels, zoals structuur of grammatica. Natuurlijk is het wenselijk om een goede schrijfstijl te hebben, maar dat kan belemmerend zijn wanneer je juist naar de achterliggende gedachte op zoek bent.

  1. Creatief schrijven

Laat studenten creatief zijn! Geef een bijzondere opdracht, zoals het omschrijven van een beest of machine die nog niet bestaat. Hoe ziet het er uit? Wat doet het allemaal? Dit helpt om het denken te stimuleren en buiten de box te denken.


In een eerder artikel heb je al over de taxonomie van Bloom kunnen lezen. Dit is echter niet de enige taxonomie die ingezet wordt in het onderwijs. In dit artikel vind je nog drie andere taxonomieën, die helpen bij het vormen van leerdoelen en toetsen.

Wat is een taxonomie ook al weer?

Een taxonomie helpt ontwerpers van onderwijs om leerdoelen op te stellen, te ordenen en om de bijbehorende kennis te toetsen. Het stelt je in staat om een structuur op te stellen, waarmee studenten deze kennis tot zich nemen en uiteindelijk volledig beheersen.

Elke taxonomie heeft een verschillende blik op de manier waarop deze opzet tot stand kan komen. Het is helemaal aan jou welke taxonomie jij het beste vindt passen. De taxonomie van Bloom is de bekendste, maar heb je ook van de volgende taxonomieën gehoord?

Romizowski

https://blog.euroforum.nl/wp-content/uploads/sites/15/2016/03/romiszowski.png

De taxonomie van Romizowski is in wezen niet heel verschillend van die van Bloom. Het prettige aan deze taxonomie is wel dat in het bovenstaande schema heel snel te zien is waar elk onderdeel voor staat. Er is ook duidelijk hoe elk onderdeel is opgedeeld, met daarbij een ‘tax-code’ vermeld. Met deze codes kun je als onderwijsontwikkelaar elk leerdoel direct markeren.

De taxonomie begint met een tweedeling tussen kennis en vaardigheid. Dit kun je zien als de twee basisonderdelen. Kennis wordt vervolgens opgedeeld in feitelijke en begripsmatige kennis. Feiten en procedures zijn de meest simpele vorm van kennis, begrippen en principes zijn hier een logische volgende stap op.

Vaardigheden zijn uitgebreider van aard en worden opgedeeld in reproductieve en productieve vaardigheden. Reproduceren omvat activiteiten die relatief gemakkelijk te herhalen zijn voor studenten. Productieve vaardigheden vereisen kritisch denkvermogen en creativiteit van een student. Met behulp van de taxonomiestructuur moet iemand van feitelijke kennis naar productieve vaardigheden kunnen komen.

RTTI

https://boomberoepsonderwijs.nl/wp-content/uploads/2014/11/wat-is-rtti.png

De RTTI-taxonomie is op het eerste oog minder uitgebreid dan Romizowski of Bloom. De indeling die deze taxonomie maakt, is wel erg duidelijk en minder complex en is vooral terug te vinden op middelbare scholen. Het wordt vooral gebruikt voor het ontwikkelen van (toets)vragen. Elke letter in RTTI staat voor een niveau in de bovenstaande tabel. De vier niveaus zijn ongeveer hetzelfde als de hiërarchie die we terug zien bij Romizowski, maar net wat anders verwoord.

  • Reproductie staat bij RTTI voor vragen die leerlingen beantwoorden, door de leerstof te onthouden. Dit zijn bijvoorbeeld vertaalde woorden, bepaalde begrippen of regels en formules.
  • Toepassen 1 (T1) is het trainingsgericht toepassingsniveau. Hierbij gaat het om vragen die betrekking hebben op bijvoorbeeld grammaticaregels.
  • Toepassen 2 (T2) gaat in op transfergericht toepassingsniveau. Dit niveau gaat in op het toepassen van zaken uit niveau T1, maar in een nieuwe situaties. Je kunt hierbij denken aan het inzetten van een specifieke casus die een leerling moet oplossen.
  • Het laatste niveau, Inzicht, zijn vragen die leerlingen zelfstandig en systematisch moeten oplossen. Een voorbeeld hiervan is het voorleggen van een probleem, waarbij een leerling moet analyseren en een passende oplossing moet beargumenteren.

Bij RTTI horen ook gedragsindicatoren. De ontwikkelaars noemen dit OMZA, wat staat voor:

  • Organisatie: kan een leerling zijn taken juist organiseren?
  • Meedoen: doet een leerling actief mee in de lessen?
  • Zelfvertrouwen: staat een leerling open voor feedback?
  • Autonomie: kan een leerling kritisch zijn op zichzelf?

Deze indicatoren hangen samen met de bovengenoemde niveaus. Als een leerling bijvoorbeeld vastloopt op het gebied van reproductie kan het nuttig zijn om ook naar de organiserende kwaliteiten te gaan kijken.

Europees Referentiekader (ERK)

De Raad van Europa ontwikkelde deze taxonomie in 2001. Het wordt ingezet om een indicatie te geven voor het taalniveau dat een gebruiker beheerst. De niveaus A, B en C zijn elk onderverdeeld in categorie 1 of 2 met in totaal 6 verschillende categorieën.

Niveau A is het laagste niveau voor basisgebruikers van een taal. Soms wordt hier nog een derde categorie aan toegevoegd: pre-A1. In dit stadium kan iemand korte zinnen maken, die betrekking hebben op simpele feiten, zoals je naam of je nationaliteit. Het is als het ware je startniveau als je een nieuwe taal gaat leren.

Niveau A1 beheers je wanneer je zinnen kunt maken die gaan over over mensen of plaatsen.
Bij A2 kun je al betere omschrijvingen geven door zinnen aan elkaar te koppelen. Denk hierbij aan routines of een bepaalde voorkeur die je ergens voor hebt.

Op niveau B wordt iemand een onafhankelijke gebruiker genoemd. Je kunt jezelf uitdrukken zonder dat je daar hulp bij nodig hebt, maar je mist nog hogere kwaliteiten om de taal compleet te beheersen.
In categorie B1 ben je in staat op een heldere beschrijving te geven van verschillende onderwerpen, bijvoorbeeld je eigen interesses. Dit kun je puntsgewijs presenteren.
Categorie B2 gaat weer een stapje hoger. Je kunt dan duidelijk en gedetailleerde uitleg geven over veel verschillende onderwerpen. Verder kun je relatief sterk presenteren en argumenteren.

Niveau C is het meeste geavanceerde niveau. Onder categorie C1 geef je zeer gedetailleerde beschrijvingen en je kunt bij een onderwerp ook ingaan op subthema’s, standpunten en conclusies.
Bij categorie C2 beheers je een taal volledig, wat inhoudt dat je vloeiend de taal kan produceren. Je kunt een specifieke en logische structuur hanteren, zodat je gesprekspartner of luisteraar alle informatie feilloos kan opnemen.

Net als bij de twee eerder genoemde taxonomieën gaat het hier over een doorlopende lijn, waarin een student een groei kan doormaken. Het handige aan deze taxonomie is dat deze door heel Europa gehanteerd wordt, waardoor je snel duidelijk kan maken in welk niveau van taal je je bevindt.


Psst… Wist je al dat je taxonomieën ook in RemindoToets kunt inzetten?

Organisaties gebruiken in RemindoToets vraageigenschappen om taxonomieonderdelen aan een vraag toe te kennen. Op deze manier kun je precies zien welke vragen bij welk onderdeel horen en kun je een taxonomie terug laten komen in je toetsen. Je kunt daarbij heel eenvoudig filteren op een specifiek onderdeel zodat je in een grote vragenbank niet lang hoeft te zoeken. Handig!

In de Kennisbank kun je hier meer over lezen in het artikel Beheer vraageigenschappen.


Docenten en leerlingen zullen binnen en buiten het klaslokaal afleiding en stress ervaren. Of het nou gaat om een drukke klas, moeilijke stof of dingen die buiten school om gebeuren: het kan allemaal invloed hebben op iemands gemoedstoestand. Afgelopen jaren is mindfulness ingezet in het onderwijs om dit soort stressmomenten tegen te gaan. Wat mindfulness is en hoe je het inzet lees je in dit artikel.

Aandacht richten

Mindfulness is een techniek om beter je aandacht te kunnen richten op belangrijke zaken. Je focust je om vervolgens meer bewust te zijn van het huidige moment en omgeving. In de klas kunnen leerlingen bijvoorbeeld leren hoe zij bewust om kunnen gaan met hun aandacht. Ze hoeven niet altijd te reageren op alles wat er om hen heen gebeurt. Door oefeningen leren ze opmerken waar hun aandacht naartoe gaat en hoe ze deze kunnen richten op de dingen die belangrijk zijn. Met behulp van mindfulness zijn ze zich meer bewust van hun gedachten en gevoelens en hoe ze hier mee om moeten gaan.

Dit kan ook voor docenten erg nuttig zijn, omdat in een klaslokaal met 30 leerlingen natuurlijk veel dingen gebeuren. Je wilt je op de meest belangrijke gebeurtenissen richten wanneer het wat drukker is. Door mindfulness toe te passen doe je een stapje terug en richt je je aandacht op die juiste zaken.

Hoe pas je mindfulness dan toe?

Simpel gezegd is mindfulness een combinatie van één of meer aandachtoefeningen. Als je het letterlijk naar het Nederlands vertaalt betekent het dan ook iets als ‘opmerkzaamheid’. Door de oefeningen word je rustiger, kun je beter opletten en je concentreren.

De verschillende oefeningen helpen hierbij. Je kunt ze onderverdelen in twee soorten: formele en informele oefeningen. Formele oefeningen zijn specifiek gericht op mindfulness. Een voorbeeld hiervan is een ademhalingsoefening. Door je te focussen op je ademhaling en alleen daar over na te denken word je rustig. Dit helpt je om vervolgens verder te gaan met je bezigheden, maar dan met meer controle over je gedachten. Informele oefeningen zijn juist gekoppeld aan alledaagse activiteiten die je altijd al doet. Denk hierbij aan dingen als ontbijten of fietsen. Tijdens die activiteiten zorg je dat je alleen maar daar op gefocust bent en op niets anders.

In het onderwijs zou je mindfulness toe kunnen passen door op een of meerdere momenten op een dag (korte) rustmomenten in te lassen. Je zou met leerlingen na de pauze een moment kunnen nemen om een minuut een ademhalingsoefening te doen, zodat iedereen rustig en gefocust aan de volgende les kan beginnen.

Wat zijn bekende effecten?

In het algemeen zorgt mindfulness er voor dat je minder stress ervaart, minder piekert en dat je meer zelfbewustzijn ontwikkelt. In het onderwijs maakt dit dat leraren effectiever zijn en beter op situaties in het klaslokaal kunnen reageren. Je bent beter in staat om vanuit een open contact de leerlingen te ondersteunen en een positief sociaal-emotioneel klimaat te creëren in de klas. Je moet hierbij denken aan het verder ontwikkelen van empathie en mildheid. Deze positieve kwaliteiten komen mogelijk moeilijker tot recht in een drukke en rumoerige klas. Dit terwijl juist een positieve relatie tussen leerling en leraar erg belangrijk is voor het leervermogen en welbevinden van de leerling.


Het is heel normaal om fouten te maken. Toch hebben we allemaal momenten dat we bang zijn om iets verkeerd te doen. Dat is jammer, omdat je van fouten maken juist veel kan leren! Hoe zorg je dat je een fout om kan zetten in een leermoment?

Goede fouten

Colin Seale schreef een boek over kritisch denken, en fouten maken is volgens hem een belangrijk onderdeel daarvan. In een foutvriendelijk klaslokaal kun je als docent fouten gebruiken als kansen. Je kunt beoordelen hoe leerlingen de cursusinhoud begrijpen en om hun kritische denkvaardigheden te ondersteunen. Seale stelt voor dat docenten nadenken over het gedachteproces van leerlingen. Hoe kan het dat de leerling een bepaalde fout heeft gemaakt? Door daar op in te gaan worden fouten niet gestigmatiseerd, maar onderzocht en geanalyseerd.

Kritisch denken wordt door Seale omschreven als “een luxeproduct”. Hij bedoelt hiermee dat alleen gevorderde leerlingen er goed mee om kunnen gaan en dat moet anders. Docenten moeten anticiperen op logische fouten en een veilige omgeving creëren. Seale noemt dit goede fouten. Door vooruit te denken over waarom een ​​leerling een fout zou kunnen maken, ben je beter voorbereid om ze te helpen deze ontrafelen en tot een juiste conclusie te komen.

Het is als docent eenvoudig om op foute antwoorden in te gaan. In plaats van een fout antwoord direct af te wijzen, vraag je aan de leerlingen wat de achterliggende redenering is. Het kan goed mogelijk zijn dat een leerling een sterk idee achter het antwoord heeft zitten. Docenten kunnen vervolgens de fout in de redenering terugvinden en die terugkoppelen. Geef hier een positieve draai aan, bijvoorbeeld: ‘Je zat er dicht bij! Door stap X te vervangen voor stap Y, was je op het goede antwoord gekomen, ga zo door!’ Met zulke positieve feedback geef je een leerlingen het gevoel dat fouten maken een noodzakelijk onderdeel is van het leerproces.

Opzettelijk fouten maken?

Seale heeft ook een andere manier bedacht om leerlingen fouten te laten maken. Niet door vragen te beantwoorden, maar door juist de antwoorden te bedenken. Hij zegt hierover het volgende:

“Als we leerlingen laten anticiperen op de meest voorspelbare fouten die bij een taak kunnen worden gemaakt, gaan we veel verder dan het niveau van toetsvaardigheid. We laten leerlingen in plaats daarvan denken als toetsmakers, zodat ze met realistische antwoorden voor een meerkeuzetoets komen.”

Dit kan door leerlingen naast het juiste antwoord drie onjuiste opties te bedenken. Er moeten wel logische antwoorden gegeven worden. Je kunt het presenteren als een uitdaging, bijvoorbeeld door medeleerlingen achteraf de vragen te laten beantwoorden. Deze opzet helpt de leerlingen om verbanden te leggen en kritische denkvaardigheid te ontwikkelen. Na verloop van tijd zullen leerlingen doorhebben dat sommige onjuiste antwoorden ook elementen van waarheid hebben. Dit verwijst weer terug naar de goede fouten die eerder voorbij kwamen.

Een andere optie die Seale voorstelt, is het opzettelijk aanbieden van vragen met alléén onjuiste antwoorden. Vervolgens kun je de leerlingen vragen welk antwoord het meest correct is. De leerlingen zullen met argumenten komen waarom het ene ‘juister’ is dan het andere. Dit vergt ook een mate van analyseren die de leerlingen cognitief kan ontwikkelen.


Bron: https://www.cultofpedagogy.com/magic-of-mistakes/