Valideren van leren in een portfolio: kan dat wel?

Portfolio’s worden in de praktijk vaak gebruikt als ondersteuning voor het leren (formatief) en ook als formeel toetsinstrument

Portfolio’s worden in de praktijk vaak gebruikt als ondersteuning voor het leren (formatief) en ook als formeel toetsinstrument (summatief). Wanneer portfolio’s voor beide doeleinden gebruikt wordt, heeft dat een groot effect op het formatieve doel. Dit doel wordt dan nog nauwelijks bereikt. Belangrijk dus om over na te denken wanneer het (digitale) portfolio zijn intrede doet.

In het medisch onderwijs worden portfolio’s gebruikt voor studenten om tot reflectie te komen en het zelfsturend vermogen van studenten te vergroten. Het resultaat zijn rijke portfolio’s, waarin incidenten en ervaringen beschreven zijn met daarop een betekenisvolle reflectie. De neiging is dan groot om deze zichtbare ontwikkeling van studenten ook mee te laten wegen in het eindoordeel. Wat gebeurt wanneer een portfolio niet meer alleen een formatief doel, maar ook een summatief doel krijgt? Dat werd onderzocht door Snadden en Thomas.

Het resultaat was dat studenten in een portfolio voor summatief gebruik veel minder geneigd zijn om incidenten te vermelden die niet zo goed gingen, maar waar ze wel veel van hebben geleerd. Daarnaast zijn er nog twee andere kwesties die overbrugt moeten worden, voordat een portfolio summatief ingezet kan worden:

  1. Portfolio’s bevatten persoonlijk materiaal met meestal maar weinig objectieve punten, waarmee vergelijkingen gemaakt kunnen worden tussen studenten.
  2. Het is heel arbeidsintensief om een portfolio te beoordelen. Er moet gecontroleerd worden of met de ingeleverde producten de doelen zijn behaald.

Daarmee zou je kunnen concluderen dat portfolio’s weliswaar effectief zijn als mechanisme om persoonlijk leren en groeien te ondersteunen, maar slecht functioneren in een vergelijkend assessment. Toch zou het zonde zijn om ze in het geheel niet mee te nemen in de beoordeling, omdat ze juist zicht geven op de prestatie van studenten over een lange periode van tijd.

Camp concludeerde al in 1998 dat portfolio’s het meest te bieden hebben voor leren en toetsing als ze studenten uitnodigen tot eigenaarschap. Het aspect van eigenaarschap zorgt ervoor dat de student zelf selecteert en dat het niet gestandaardiseerd materiaal oplevert. Dit is nogal een uitdaging voor de meting en validiteit, vooral omdat we in onze huidige visie op toetsing vooral gericht zijn op het vergelijken van studenten. Dat betekent dat toetsing die is gebaseerd op het vergelijken van studenten met elkaar niet makkelijk past bij portfolio’s. Daarvoor zou eerst een andere toetsingsmethode ontwikkeld moeten worden.

Afhankelijk van de toetsvisie die wordt gebruikt, kun je op dit moment portfolio’s misschien het beste gebruiken als aanvulling op andere vormen van toetsing. Waarmee portfolio’s kunnen illustreren dat verschillende aspecten van persoonlijke groei zijn behaald, die je niet kunt vinden in traditionele toetsvormen.

Bronnen:

Camp, R. (1998). Portfolio reflection: The basis for dialogue. The Clearing House, 72(1), 10-12.

Snadden, D en Thomas, M. (1998). The use of portfolio learning in medical education. Medical teacher, 20(3), 192-199.