Het is bekend dat jongere generaties over het algemeen weinig moeite hebben met nieuwe technologie en software. Oudere volwassenen vinden het echter vaak lastig om dit op te pakken, omdat het wordt gezien als een grote uitdaging. Juist omdat ontwikkelingen op het gebied van technologie en media zo snel gaan, is het belangrijk om ook deze groep mensen mee te nemen in dit proces. Welke uitdagingen zijn dit? En hoe lossen we dit op?

Barrières

Het is lastig om een groep mensen mee te nemen in een ontwikkeling, wanneer er verschillende barrières zijn die doorbroken moeten worden. Slechts een derde van de 50-plussers vindt zichzelf bekwaam op het gebied van computers, smartphones of andere ‘slimme’ apparaten. Het komt regelmatig voor dat zij zich onbekwaam voelen, omdat deze technologie zich zeer snel ontwikkelt en zij dat niet kunnen bijbenen. Daar staan jongeren sterk mee in contrast, want 75% daarvan vindt dat zij goed om kunnen gaan met diezelfde technologie. Dezelfde verhoudingen zien we terug bij het gebruiken van software.

De onbekendheid met software kan erg lastig zijn voor oudere generaties, zeker wanneer begeleiding uitblijft. Handleidingen zijn niet duidelijk genoeg, bijvoorbeeld door te moeilijk taalgebruik. In andere gevallen worden vragen wel opgelost, maar zonder duidelijk te maken op welke manier de gebruiker dit de volgende keer zelf kan doen. Verder is gebrek aan communicatie een veel voorkomend probleem, wat kan leiden tot onzekerheid.

Een belangrijk gegeven hierbij is dat oudere generaties wel gedreven zijn om nieuwe technologie aan te leren. Zij vinden het daarom ook jammer dat ze niet volledig in staat zijn om hardware en software volledig te benutten. Door de bestaande barrières weg te nemen moet de gedrevenheid van deze generaties beter tot zijn recht kunnen komen.

Hulpmiddelen

Op welke manier kunnen de oudere generaties ondersteund worden? Op de eerste plaats kunnen ontwikkelaars van hardware en software keuzes maken in het design van hun producten. Denk hierbij aan het toevoegen van hulpmiddelen, zoals het toegankelijk maken van documentatie of andere ondersteunende functies. Zo heeft Paragin in de RemindoToets-software een knop voor toegang tot de Kennisbank en is er met een extern account beschikking tot de ReadSpeaker-functionaliteit.

Buiten de ontwikkelaars om zijn werkgevers in een belangrijke positie om goede ondersteuning te bieden. Extra aandacht voor degenen die moeite hebben met het hanteren van computers en software kan een belangrijke stap zijn. Denk hierbij aan het aanbieden van een extra cursus of het onderzoeken van de ervaringen van werknemers. Een continue evaluatie op dit gebied kan er voor zorgen dat werknemers meer vertrouwen in zichzelf kunnen hebben op het gebied van technologie.

Werknemers kunnen elkaar ook ondersteunen. Een methode die mogelijk goed werkt is het koppelen van degenen die sterk zijn met moderne technologie aan anderen die er minder goed mee om kunnen gaan. Een optie is het matchen van jongere en oudere werknemers, die aan elkaar respectievelijk hulp kunnen bieden en ontvangen. Een mooie bijkomstigheid hiervan is dat er een sterke vertrouwensband kan ontstaan, waardoor werknemers elkaar sneller durven te benaderen.


Bronnen:

Oh, E., & Reeves, T. C. (2014). Generational differences and the integration of technology in learning, instruction, and performance. In Handbook of research on educational communications and technology (pp. 819-828). Springer, New York, NY.

Vaportzis, E., Giatsi Clausen, M., & Gow, A. J. (2017). Older adults perceptions of technology and barriers to interacting with tablet computers: a focus group study. Frontiers in psychology, 8, 1687.

https://www.pewresearch.org/internet/2017/05/17/barriers-to-adoption-and-attitudes-towards-technology/


Dit artikel is afkomstig van onze partner Federatie Medisch Specialisten.


Een kennistoets die gekoppeld is aan de leerdoelen uit het opleidingsplan. Klinkt logisch, maar zover komen is nog een hele kunst. Met hulp van toetsexperts vanuit Opleiden 2025 heeft de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) haar jaarlijkse verplichte kennistoets een inhoudelijke boost gegeven. ‘We hebben echt een flinke verbeterslag kunnen maken’, zegt longarts Monique Reijers, voorzitter van het Concilium.

Opleiden 2025 stelt aan de toetscommissies van alle wetenschappelijke verenigingen didactische expertise beschikbaar om de jaarlijkse toetsen inhoudelijk te optimaliseren en te digitaliseren. ‘En dat was nodig, stelt vijfdejaars aios longgeneeskunde Laurien Keulers, voorzitter van het aios-bestuur van de NVALT. ‘Vanuit ons bestuur is hard gelobbyd voor een betere kennistoets. Voorheen was de toets gebaseerd op de Europese toets voor longgeneeskunde. Daar kwamen vragen in voor die niet realistisch waren voor de Nederlandse praktijk, bijvoorbeeld over het buitenlandse antibioticabeleid. Nu sluit de toets goed aan bij de EPA’s uit het opleidingsplan’.

Toetsmatrijs

De basis van de nieuwe jaarlijkse kennistoets wordt gevormd door de zogeheten toetsmatrijs: een schematische blauwdruk van de toets. De toetsmatrijs legt de verbinding tussen de onderwerpen en leerdoelen uit het opleidingsplan en de te ontwikkelen toetsvragen gericht op kennis, inzicht en toepassing. Reijers: ‘Nu kunnen we gericht vragen maken die niet alleen aansluiten bij de EPA’s die in onze opleiding aan bod komen, maar ook bij de leerdoelen die we per opleidingsjaar in ons opleidingsplan hebben vastgesteld. Door deze systematiek hopen we de ontwikkeling van aios door de jaren heen beter te kunnen volgen.’

Vragen uitwisselen

‘Meerdere wetenschappelijke verenigingen zijn op dit moment bezig met het samenstellen van een toetsmatrijs’, aldus Jan van Lith gynaecoloog en voorzitter van het deelproject Structureel (door)ontwikkelen en samenwerken van project Opleiden 2025. ‘Dat juichen we van harte toe. Vanwege de inhoudelijke kwaliteitsslag, maar ook omdat het makkelijker wordt om toetsvragen uit te wisselen. Als ieder specialisme dezelfde toetsstructuur en hetzelfde toetssysteem gebruikt, kun je met wederzijdse toestemming elkaars vragen inzien en delen.’ Reijers: ‘Uitwisseling van vragen lijkt me heel handig. Ik kan me goed voorstellen dat wij kennisvragen van de cardiologie overnemen, bijvoorbeeld over dyspneu bij hartfalen. Of dat huisartsen toetsvragen van ons overnemen, bijvoorbeeld over de behandeling van een longontsteking.’

Direct feedback

Voor de landelijke kennistoetsen heeft Opleiden 2025 het online toetssysteem RemindoToets beschikbaar gesteld voor alle wetenschappelijke verenigingen. In het najaar van 2020 hebben al vijf wetenschappelijke verenigingen hun toets via RemindoToets afgenomen, daarnaast zijn tien wetenschappelijke verenigingen bezig met de voorbereiding voor toetsafname in RemindoToets in 2021.

In het digitale toetssysteem kunnen eenvoudig afbeeldingen en video- of geluidsfragmenten aan toetsvragen worden toegevoegd. Ook is een functie ingebouwd die directe feedback op de antwoorden mogelijk maakt. Keulers: ‘Eerder hadden we alleen een klassikale nabespreking. Direct feedback krijgen werkt beter: dan zie je meteen in welke domeinen jouw persoonlijke hiaten liggen, zodat je weet waar je aan moet werken.’

Vak apart

Een toetsexpert van Opleiden 2025 hielp de werkgroep bij de formulering van vragen en antwoorden. Reijers: ‘Dat is echt een vak apart. Welke woorden kies je, zodat je precies vraagt wat je wilt weten? Hoe zorg je ervoor dat vragen of antwoorden niet multi-interpretabel zijn? Heel leerzaam om hier samen met een deskundige naar te kijken.’ Van Lith: ‘Alle wetenschappelijke verenigingen kunnen de expertise van Opleiden 2025 inschakelen om hun toets inhoudelijk te verbeteren.’


Bron: https://medischevervolgopleidingen.nl/kennistoets-drastisch-verbeterd


Het opzetten van een leertaak kan soms eenvoudig lijken, maar vaak kan er achter een simpele taak al een lang leerproces zitten. Om een leertaak op een goede manier op te zetten is het nuttig om daar een handleiding bij te hebben. Het boek ‘Ten Steps to Complex Learning’ zet een stappenplan uiteen, dat gevolgd kan worden om een passende (complexe) leertaak aan te kunnen bieden.

Vier hoofdcomponenten

Het tien-stappen model uit het boek vindt zijn basis in het bekende 4C/ID model. Daar wordt gebruikt gemaakt van vier hoofdcomponenten die nodig zijn voor onderwijsontwerp. Dit zijn:

  • Leertaken: een bepaalde opzet van opdrachten die oplopen in moeilijkheid en complexiteit
  • Ondersteunende informatie: dit is nodig om een taak uit te kunnen voeren
  • Procedurele informatie: bepaalde aspecten of regels die aangeleerd moeten worden
  • Deeltaken: oefeningen voor specifieke onderdelen van een overkoepelende taak

Deze vier componenten zijn ook terug te vinden in het tien stappen-model. De zes toegevoegde onderdelen staan daar tussen gepositioneerd.

De tien stappen

Stap 1. Leertaken ontwikkelen

Net als bij het 4C/ID-model is het ontwikkelen van de leertaken de eerste stap. Hier wordt de opbouw van de leertaak bedacht. Daarnaast moet nagedacht worden over de (afbouw van) ondersteuning, probleemoplossing en afwisseling van oefeningen voor deze taak. Het is daarbij van belang dat een leertaak een weerspiegeling moet zijn van de werkelijkheid.

Stap 2. De volgorde van leertaken bepalen

Welke taak moet er eerst komen? Dat kan belangrijk zijn, bijvoorbeeld als een leertaak onderdeel kan uitmaken van latere, meer complexere taken. Dit kan ook betrekking hebben op onderdelen die in een leertaak zelf zitten. Dit worden deeltaken genoemd, waarbij opnieuw minder complexe onderdelen als eerst behandeld moeten worden.

Stap 3. Doelen bepalen

Bij een taak moet een bepaald doel bereikt worden, om zo te kunnen meten of iemand de leertaak beheerst. Dit wordt gedaan aan de hand van de vaardigheden die nodig zijn om de taak af te kunnen ronden. De doelen worden geformuleerd en eventueel geclassificeerd. Vervolgens moet een passende methode voor het meten worden gevonden.

Stap 4. Ondersteunende informatie ontwerpen

Als een leertaak compleet nieuw is, kan iemand niet zonder ondersteuning de doelen behalen. Daar is ondersteunende informatie voor nodig, die de lerende helpt om processen of handelingen toe te lichten. Dit kan in alle soorten vormen, zoals teksten, video’s en colleges, maar het moet wel een logische keuze zijn die bij de taak aansluit. Hierbij moet nagedacht worden over ingebouwde feedback en welke media nodig is om de informatie te presenteren.

Stap 5. Analyseren van cognitieve strategieën

Een cognitieve strategie is een bepaalde manier om een probleem op te kunnen lossen. In deze stap wordt de strategie onderzocht en worden er verschillende SAP’s opgezet. Dit staat voor Systematic Approach to Problem-solving. Een voorbeeld hiervan is handelingen voordoen of een stappenplan aanreiken dat nodig is voor het oplossen van de leertaak. De lerende kan zo leren wat er gedaan moet worden.

Stap 6. Analyseren van mentale modellen

Welke denkwijze hanteert iemand die de vereiste taak moet gaan oplossen? Dit wordt helder door te kijken naar specifieke domeinmodellen en intuïtieve handelingen. Deze kunnen per taak sterk verschillen. Daarbij hangt dit samen met de cognitieve strategieën uit de vorige stap.

Stap 7. Procedurele informatie ontwerpen

Onder procedurele informatie valt het toelichten van handelingen aan de lerende. Dit gebeurt door het geven van informatie-overzichten, voorbeelden of demonstraties. Daarnaast is corrigerende feedback hier een onderdeel van. Een docent moet zorgen dat de handelingen correct worden uitgevoerd, anders zal de lerende een handeling verkeerd blijven doen of het onjuist aanleren.

Stap 8. Cognitieve regels analyseren

Deze stap is mogelijk niet noodzakelijk. Er mag van uit worden gegaan dat de lerende in een eerder stadium, bijvoorbeeld eerdere opleidingen, deze regels al heeft geleerd. Als dit niet het geval is, worden hier verbanden toegelicht die de cognitieve regels vormen. Vaak is dit in de vorm van een ‘als  – dan’ relatie. Verder worden schema’s ontwikkeld voor het verwerken van informatie en worden algemene fouten of moeilijkheden vastgesteld. Door dit vooraf te doen anticipeert een docent sneller op een lerende die vast komt te zitten.

Stap 9. Analyseren van voorkennis

Wat weet iemand al voordat er een bepaalde taak uitgevoerd gaat worden? Informatie die al bekend is hoeft niet nogmaals aangeleerd te worden, wat tijd en moeite scheelt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen concepten, principes, plannen en feiten. Deze worden genoteerd om er gebruik van te kunnen maken als een persoon de vereiste voorkennis niet meer weet of niet kan reproduceren.

Stap 10. Ontwerpen van deeltaken

Het is niet altijd nodig om deeltaken in te zetten, maar sommige leertaken bevatten belangrijke onderdelen die extra uitwerking vereisen. Voor het schrijven van een wetenschappelijk paper is het nodig dat een student gebruik kan maken van zoekmachines. Dit soort deeltaken zijn belangrijk en omvangrijk genoeg om verdere uitwerking te verrichten.

Deze stappen zijn in een zekere volgorde geplaatst, maar de schrijvers geven aan dat het altijd goed is om terug te gaan in het proces. Bij het ontwerpen van leertaken moet er altijd iets toegevoegd of veranderd worden en het komt haast nooit voor dat het foutloos doorlopen wordt. Hier moet een onderwijsontwerper dan ook rekening mee houden en er op anticiperen.


Bron: Van Merriënboer, J. J., & Kirschner, P. A. (2017). Ten steps to complex learning: A systematic approach to four-component instructional design. Routledge.


Zoals in een ander artikel van deze maand al te lezen is, is digitale geletterdheid een belangrijke vaardigheid om aan te leren. Er is daarom al een aantal jaar de roep om dit op te nemen in het algemene curriculum voor het onderwijs. Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) hoopt de kerndoelen hiervoor rond 2024 klaar te hebben, zodat scholen ermee aan de slag kunnen. Wat valt er dan onder digitale geletterdheid en waarom is dit belangrijk?

Moderne samenleving

Het algemene curriculum bestaat uit belangrijke onderdelen die we in onze samenleving nodig hebben om goed te functioneren. Vanwege de opkomst en afhankelijkheid van de computer en smartphone zijn mensen daar op steeds jongere leeftijd mee bezig. Het is daarom belangrijk dat het verplaatsen in een digitale omgeving een plaats krijgt naast het leren van lezen en schrijven. Jongeren moeten voorbereid worden op een ‘digitale toekomst’, in een moderne samenleving. Dit wordt omschreven als digitale geletterdheid. De instellingen die het curriculum regelen zijn over een paar jaar gereed om dit in te voeren bij scholen.

4 domeinen

SLO heeft het begrip digitale geletterdheid opgedeeld in vier domeinen, met een toelichting over het belang voor het onderwijs.

  1. Ict-basisvaardigheden: hieronder vallen vaardigheden als een goed begrip van de werking en bediening van computers. Daarnaast moeten jongeren de mogelijkheden en beperkingen van moderne technologie kunnen begrijpen. Het argument van SLO is dat de moderne wereld extreem afhankelijk is van computers. Het aanleren van de basisfuncties is nodig om jongeren wegwijs te maken in de digitale omgeving. Daarbij wordt aangeleerd dat een computer niet zelf gegevens aanmaakt, maar dat zij daar zelf invloed op hebben.
  2. Informatievaardigheden: dit betreft het kunnen analyseren en correct (her)formuleren van informatie die jongeren op internet gaan tegenkomen. Daaronder behoren ook vaardigheden als kritisch kunnen zijn en het gebruiken van bronnen, zodat informatie herleid kan worden. SLO stelt dat leerlingen op school goed om moeten gaan met de overvloed aan informatie op internet. Iedereen kan informatie plaatsen, kopiëren en bewerken. Daarom moet er op jonge leeftijd onderscheid gemaakt kunnen worden welke informatie betrouwbaar is.
  3. Computational thinking: SLO omschrijft deze term als het formuleren van een probleem op zo’n manier dat het mogelijk wordt om dit met computertechnologie op te lossen. Denk hierbij aan het organiseren van gegevens, of de analyse en/of representatie daarvan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ICT, bijvoorbeeld bepaalde software. Het argument voor de toevoeging van dit domein is dat moderne vraagstukken moderne oplossingen nodig hebben. In het huidige tijdperk zijn bepaalde zaken niet meer op te lossen zonder het gebruik van computers. SLO vindt het daarom belangrijk dat jongeren worden opgeleid met deze vorm van probleemoplossing, zoals de inzet van algoritmes en procedures.
  4. Mediawijsheid: het effect van (digitale) media is door bijvoorbeeld computers, het internet en smartphones wijdverspreid. Mensen worden constant geconfronteerd met afbeeldingen, video’s en andere middelen om de aandacht te trekken. Daarnaast behoren ook sociale netwerken tot de digitale media, waarmee contacten onderhouden worden. Jongeren moeten leren om hier in te kunnen navigeren. SLO verwacht dat de samenleving alleen maar meer afhankelijk wordt van deze media. Dit onderdeel is daarmee onmisbaar voor de digitale geletterdheid. Er wordt zelfs gesteld dat gezond blijven en gelukkig zijn samenhangen met het correct gebruiken van digitale media.

Bron: https://www.slo.nl/vakportalen/vakportaal-digitale-geletterdheid/basisvaardigheden/


Tijdens een leerproces kunnen bij studenten verschillende emoties optreden. Dit kan uiteenlopen van bang zijn voor een examen tot voldoening na afronding van een grote opdracht. Wat voor invloed heeft emotie op het leren en prestaties?

Samenhang tussen emotie en andere aspecten

Het is bekend dat emoties een sterke invloed kunnen hebben op leervaardigheden en prestaties. Binnen die twee aspecten zijn echter verschillende onderdelen die beïnvloed worden. Zo kunnen emoties de inzet van cognitieve processen en leerstrategieën bij studenten doen veranderen. Daarnaast kan er ook een invloed zijn van emotie op de beslissingen die studenten nemen. Verder is de samenhang tussen emotie en motivatie een belangrijke factor. De drie genoemde aspecten zijn daarbij van wederkerige invloed op emoties. Hieronder worden deze vier belangrijke onderdelen een voor een besproken.

Cognitieve processen en leerstrategieën

Cognitieve processen en leerstrategieën zijn nodig bij het aanpakken van het leren van examens of het uitvoeren van opdrachten. Emoties kunnen hierbij van invloed zijn door bijvoorbeeld het opnemen van informatie te versterken of te bemoeilijken. Ook de manier waarop deze informatie in het geheugen wordt opgeslagen kan anders verlopen, afhankelijk van de emotionele staat waarin iemand zich bevindt. Dit kan per persoon erg verschillen, omdat mensen andere voorkeuren kunnen hebben voor een aanpak of bepaald onderwerp.

Nemen van beslissingen

Een beslissing nemen op basis van emoties is niet ongewoon. Dat geldt ook als het gaat om beslissingen maken gedurende een leerproces. Een minder bekend onderdeel hierbij is het anticiperen van emoties bij een beslissing. Stel dat je weet dat je voor een examen geen hoog cijfer hoeft te halen, dan kan je tentamenangst lager zijn vanwege de verlaagde druk. Het anticiperen van de afwezigheid van de emotie angst heeft zo dus een sterke invloed op het leerproces.

Motivatie

Verschillende emoties corresponderen met het ondernemen van verschillende acties. De eerder genoemde angst voor tentamens kan er voor zorgen dat de motivatie van een persoon erg laag is, omdat het gaat om een onplezierige situatie. Wat ook kan is dat een persoon juist motivatie haalt uit de emotie, omdat in het verleden een strategie is gevonden om die angst tegen te gaan. Het wordt daarom aangeraden aan instructieontwerpers om rekening te houden met het behouden van motivatie bij studenten.

Wederkerige invloed

Zoals eerder gesteld zijn de bovengenoemde aspecten van invloed op elkaar, van twee kanten. Emotie is in constante interactie met de andere factoren. Het is voor zowel studenten als hun begeleiders goed om hier bewust van te zijn, omdat zo voorkomen kan worden dat er een negatieve spiraal ontstaat. Onderzoekers bevelen dan ook aan om studenten op emotioneel gebied ondersteuning te bieden, zowel binnen het onderwijsgedeelte als daarbuiten.


Bron: Kim, C., & Pekrun, R. (2014). Emotions and motivation in learning and performance. Handbook of research on educational communications and technology, 65-75.


We vroegen een aantal (oud-)studenten van de Universiteit Utrecht wat hun ervaringen zijn met RemintoToets. Universiteit Utrecht gebruikt RemindoToets al een aantal jaar om toetsen mee af te nemen en inzagemomenten te faciliteren. De studenten maken tentamens voornamelijk in een grote zaal, vaak met tientallen of zelfs honderden tegelijk. We spreken Elisa, Michelle, Jonas, Emil en Tess.

Was RemindoToets de eerste keer dat de student een digitaal tentamen moest maken?

Een aantal studenten had al eens eerder een digitale toets gemaakt, bijvoorbeeld voor het VWO eindexamen ‘Kunst Algemeen’. Daarvoor werd gebruik gemaakt van software die ontwikkeld was door Cito, ExamenTester.

Elisa: “Met het eindexamen op de middelbare school gebruikte de school een normale computer. Voor het examen Kunst Algemeen moesten we daarin afbeeldingen en video’s bekijken. Alle teksten en het antwoordformulier hadden we wel nog op papier.”

Op de Universiteit Utrecht wordt RemindoToets in combinatie met Chromebooks gebruikt, zonder dat er toegang is tot andere programma’s op de computer. De studenten vinden dit allemaal erg prettig werken, je kunt je volledig focussen op de toets. De tafels staan uit elkaar, waardoor de studenten de ruimte hebben om zich heen. Je legt je ID ter controle op tafel en je kunt gaan zitten.

Jonas zegt bijvoorbeeld: “Als je inlogt met je studentennummer en wachtwoord hoef je verder eigenlijk heel weinig te doen om te beginnen aan de toets. Je hoeft hem alleen maar aan te klikken, wachten tot de surveillant hem open zet en dan kun je beginnen. Tenzij iemand zijn inlogcode vergeten is, dat heb ik wel een paar keer zien gebeuren!”

Wat vinden de studenten van de software zelf?

De studenten waren allemaal van mening dat de software neutraal is en niet afleidt van de inhoud van de toets. De functies zijn allemaal helder en de functies die een digitaal toetssysteem heeft vinden ze handig. RemindoToets geeft bijvoorbeeld een waarschuwing als een vraag wordt overgeslagen.

Michelle vergat ooit een vraag in te vullen: “Bij een toets heb je natuurlijk stress, en in mijn haast vergat ik een vraag in te vullen. De software herinnerde me er gelukkig aan dat ik nog een vraag open had staan, anders had ik de toets gewoon ingeleverd.”

Het handige van een computer is natuurlijk dat er makkelijk tekst kan worden bewerkt. De studenten zien dit ook in en een aantal zegt dat het handig is dat je in RemindoToets tekst kunt knippen en plakken. Het is zo veel makkelijker om een verhaal aan te passen en je argumenten te sorteren.

“Als je op een gegeven moment een paar honderd woorden hebt getypt voor een antwoord, dan is het wel zo fijn als je niet je hele antwoord hoeft door te krassen. Het werkt toch lekkerder als je hier en daar wat woorden kan weghalen of er tussen kan typen.”, stelt Emil.

Een aantal studenten heeft ook wel eens een inzagemoment kunnen (of moeten) bijwonen. Ze vonden het prettig dat de toets op deze manier in te zien was. Bij meerkeuzevragen was bijvoorbeeld direct zichtbaar wat het juiste antwoord was. Open vragen hadden een functie waarbij opmerkingen geplaatst konden worden, waardoor je niet op de surveillerende docent hoefde te wachten.

En wat vinden ze van het verschil tussen een papieren toets en een digitale toets? Wat werkt nou prettiger?

De studenten vinden een digitale toets prettig werken, maar er valt nog wat te zeggen voor de papieren tegenhanger. Naar een scherm kijken is toch wel anders dan een blad op je tafel hebben liggen. Een van de studenten vergeleek het met een boek lezen of een tekst lezen op je computer of telefoon, soms heeft fysiek gewoon de voorkeur.

In een zaal zitten met anderen die ook op een toetsenbord moeten tikken vinden sommigen wat afleidend. Anderen kunnen zich er juist prima voor afsluiten. “Maar ja”, zegt Tess, “daar kunnen we eigenlijk niet echt omheen. Ik denk dat het maken van toetsen op een laptop gewoon veel praktischer is. Geen gedoe met al dat papier en zo. Ik stoor me zelf wel erg aan het getik op die toetsenborden, sommige mensen kunnen er echt goed op rammen. Maar dat hoort gewoon bij de voor- en nadelen ervan.”


Het volgen van oogbewegingen door middel van eye-tracking wordt in verschillende werkvelden gebruikt. De afgelopen jaren is er onderzoek gedaan naar de inzet van deze methode, voor het verbeteren van onderwijs.

Eye-trackers worden onder andere ingezet bij het verbeteren van (commerciële) websites. De ontwerpers kunnen zo namelijk precies zien naar welke onderdelen de gebruikers van de website kijken en hoe lang ze dit doen. Op een gegeven moment hebben onderzoekers bedacht om dit te gaan testen voor doeleinden in het onderwijs. Maar welke doeleinden zijn dit dan precies? Hieronder vind je er een aantal.

Verbeteren van (computer)onderwijs

Net zoals eye-trackers dienen voor het verbeteren van websites, werkt dit principe hetzelfde bij het onderwijs. Omdat bij studenten getest kan worden waar zij naar kijken bij het maken van opdrachten, kan zo achterhaald worden welke onderdelen verbetering nodig hebben. Mogelijk zijn er elementen die te afleidend zijn, of komt naar voren dat de aandacht van de blik bij bepaalde stukken tekst afdwaalt. Ontwerpers kunnen op die manier heel precies aanpassingen doen, om het gebruik van onderwijs sterk te verbeteren, zeker in een digitale omgeving.

Doorgeven van expertise

Bepaalde visuele taken kunnen voor beginners lastig zijn om op te pakken. Een voorbeeld hiervan is het bekijken van medische afbeeldingen, zoals scans of röntgenfoto’s. Het lastige aan dit onderwerp is dat experts het moeilijk vinden om de relevante informatie en processen over te dragen aan studenten. Eye-trackers helpen hierbij, omdat de metingen laten zien hoe experts visuele taken aanpakken. Door naar de oogbewegingen te kijken wordt duidelijk wat de aanpak is bij het identificeren van symptomen. Die data kan gebruikt worden om een passend cognitief proces op te stellen waarmee informatie kan worden aangeleerd aan studenten.

Verhogen van leesvaardigheid

De leesvaardigheid van een student kan verbeterd worden, doordat een eye-tracker inzicht kan geven in de manier waarop iemand leest. Zijn er bepaalde woorden of zinnen die voor een student moeilijk zijn, of hebben ze moeite met het vinden van cruciale informatie? Door de oogbewegingen te bekijken is het mogelijk om bij iemand met een zwakke leesvaardigheid aan te geven, aan welke onderdelen gewerkt moet worden.

Zichtbaar maken van mentale processen

Met behulp van een eye-tracker wordt meer inzicht gegeven in het gedachteproces. Een voorbeeld van een vakgebied met mentale, vaak onzichtbare processen is wiskunde. Zeker bij het gebruik van complexe berekeningen, is het voor een persoon vaak moeilijk om een complex proces te beschrijven. Door de oogbewegingen te volgen ziet een persoon zelf ook in of er bepaalde strategieën onbewust worden gebruikt. Wanneer achteraf uitleg wordt gevraagd over het proces, kan die persoon daarom beter verklaren waarom er bepaalde beslissingen worden genomen.


Bronnen:

Busjahn, T., Schulte, C., Sharif, B., Begel, A., Hansen, M., Bednarik, R., & Antropova, M. (2014). Eye tracking in computing education. In Proceedings of the tenth annual conference on International computing education research (pp. 3-10).

Ashraf, H., Sodergren, M. H., Merali, N., Mylonas, G., Singh, H., & Darzi, A. (2018). Eye-tracking technology in medical education: A systematic review. Medical teacher, 40(1), 62-69.

Horsley, M., Eliot, M., Knight, B. A., & Reilly, R. (Eds.). (2013). Current trends in eye tracking research. Springer Science & Business Media.

Strohmaier, A. R., MacKay, K. J., Obersteiner, A., & Reiss, K. M. (2020). Eye-tracking methodology in mathematics education research: A systematic literature review. Educational Studies in Mathematics, 104, 147-200.


Click here to read the original, English article.


Paragin heeft in de loop der jaren contacten gelegd met organisaties in verschillende landen in Europa. Onze software is uitgebreid met extra talen en in de loop van 2020 zijn er drie internationale collega’s bijgekomen! Ze zullen ons vertellen over hun ervaring met werken in Nederland, nadat Jeroen Bakker, een van de oprichters van Paragin, heeft verteld hoe de internationale klantcontacten tot stand zijn gekomen.

Jeroen: “Toen we Paragin oprichtten, hadden we geen specifieke focus op internationale contacten. Er is tenslotte veel werk aan de winkel in Nederland. Toch kan onze software heel goed verschillende organisaties in heel Europa ondersteunen. Dat blijkt uit een aantal van onze partners die zeer nauw hebben samengewerkt met internationale klanten. Daarnaast hebben verschillende contacten ons zelf benaderd, bijvoorbeeld een grote school voor praktijkonderwijs in Vlaanderen en diverse exameninstellingen.

Het is belangrijk om vanuit verschillende invalshoeken input te krijgen. Het is goed voor onze creativiteit en het is ook iets wat ik persoonlijk erg leuk vind. Gebruikers in andere landen delen hun mening en ideeën met ons en het is interessant om de verschillen te zien. In Frankrijk en Italië vinden leraren het bijvoorbeeld belangrijk om hulpmiddelen te gebruiken waar ze zich het prettigst bij voelen, terwijl Nederlandse leraren er over het algemeen erg voor openstaan om iets nieuws te proberen. Een ander voorbeeld is Duitsland, waar het volgen van procedures zeer gewaardeerd wordt. Ook is er contact met een organisatie in Letland, dat een zeer vergelijkbaar perspectief heeft als wij hier in Nederland! We ontmoetten elkaar bij een SUSTEIN congres, en ze vonden onze software erg interessant.

Met al deze internationale contacten heeft onze software natuurlijk extra talen nodig. Vertalingen worden vaak door de organisaties zelf verzorgd. We hadden wel zelf iemand ingehuurd om de Duitse taal toe te voegen.
Vorig jaar hebben we drie internationale collega’s aangenomen, een primeur voor onze organisatie! Met de hulp van een recruiter, Huxley, konden we in contact komen met de juiste mensen voor ons ontwikkelteam.”

We vragen collega’s Stefano, Naziha en Aimilia over hun ervaringen met het werken in Nederland en bij Paragin!

 

Hoe heb je Paragin gevonden en hoe ben je met ons in contact gekomen?

Stefano: Ik werkte voor een groot e-commercebedrijf, maar vond mijn baan niet bevredigend genoeg en ik was op zoek naar een functie die meer impact zou hebben. Ik ben in het verleden leraar geweest, dus het zou een pluspunt zijn om op de een of andere manier verbonden te zijn met het onderwijsveld. Ik leerde Paragin en hun werkterrein kennen en het leek me meteen de ideale plek. We namen contact op, ik had veel plezier met het assessment dat ik vooraf maakte; ik denk dat het de meest interessante opdracht is geweest die ik ooit heb gedaan. De rest is geschiedenis!

Naziha: Ik kwam in contact met Paragin via een recruiter. Mijn eerste ontmoeting was met Peter en Remko en daarna werd ik aangenomen om met het ontwikkelteam aan RemindoToets te werken!

Aimilia: Mijn eerste contact met Paragin kwam tot stand via LinkedIn en meer specifiek via een gesprek met een wervingsbureau. We bespraken verschillende opties en daarvan vond ik Paragin de meest interessante en intrigerende! Mijn eerste gesprek met Peter en Remko was face-to-face, met een gemoedelijke sfeer.

 

Wat was je ervaring in de eerste weken dat je bij Paragin werkte? Was het moeilijk voor je om te wennen aan het spreken in het Engels, of had je vooraf een vergelijkbare werkomgeving?

S: Ik kom uit Ascoli Piceno, een kleine stad in Italië. Het was daar moeilijk om in een meer internationale omgeving te werken en ik keek altijd naar uit een dergelijke ervaring. Ik geniet er erg van en ben gewend om in het Engels te praten. Verder denk ik dat het proberen om Nederlands te leren erg belangrijk is, om meer te integreren en inzicht te krijgen in de cultuur en de sociale dynamiek. Nederlands is echter niet gemakkelijk te leren, dus het duurt even!

N: De eerste weken bij Paragin waren vol afspraken met collega’s en veel informatie om op te nemen en te verwerken. Ik herinner me ook dat mijn eerste weken / maanden erg vermoeiend waren, ook vanwege reizen naar kantoor. Wat betreft de taal had ik al dezelfde ervaring in mijn vorige baan, waar iedereen Engels als tweede taal sprak.

A: Mijn eerste 2 weken bij Paragin in 1 woord: leuk! Aan dat gevoel moeten we een heel klein beetje eenzaamheid toevoegen, want mijn onboarding vond plaats tijdens coronatijd, waardoor niet iedereen op kantoor aanwezig kon zijn. Aanpassen aan een Engelse context was voor mij geen probleem, aangezien ik nu bijna 3 jaar in Nederland ben en eerder in vergelijkbare situaties heb gewerkt. Het onboarding-proces was verreweg het beste dat ik ooit heb meegemaakt! Complimenten aan Paragin en het ontwikkelingsteam voor het opzetten hiervan!

 

Kun je een paar dingen noemen die anders zijn, wanneer je de Nederlandse werkcultuur vergelijkt met die in je thuisland en / of de cultuur die je gewend bent? Dit kan van alles zijn, van lunchtijden tot de manier van communiceren. Als je geen duidelijke verschillen hebt, waren er misschien dingen die verrassend veel op elkaar leken?

S: Natuurlijk zijn er veel kleine maar interessante verschillen en aangezien ik in het verleden consultant ben geweest, heb ik de vaardigheden om tussen de regels door te kijken en de onderliggende problemen te begrijpen. Het grootste verschil dat ik zie in de werkcultuur is dat je in Italië wel weet wanneer je naar kantoor gaat, maar je weet nooit wanneer je weer naar huis gaat. Vanuit mijn ervaring weerspiegelt dit altijd enigszins het slechte management binnen het bedrijf, dus ik waardeer het goede werkklimaat hier in Nederland, met goed management.

N: Zowel mijn studententijd als de start van mijn loopbaan waren in Spanje en er zijn een paar duidelijke verschillen met Nederland. Spanjaarden zijn veel expressiever dan Nederlanders. Ze praten veel meer en ze zijn luider! De verschillende lunchtijden waren een grote verandering, want in Spanje nemen de meeste mensen ongeveer twee uur de tijd om naar huis te gaan om te eten, te ontspannen en dan weer aan het werk te gaan. Dit gebeurt niet in Nederland. En tot slot: Nederlanders zijn wat mij betreft meer georganiseerd. Alles is van tevoren gepland. Ik denk dat dit een van de redenen is, die het succes van Nederland als land kunnen verklaren.

A: Het eerste dat bij me opkomt, zijn de verschillen in de manier waarop we lunchen, met veel collega’s tegelijk en in een specifiek tijdvak. In Griekenland lijken we lunches niet zo op waarde te schatten. Meestal besteden we maar weinig tijd (15 minuten of zo) om te lunchen, soms achter de computer. Er zijn ook communicatieve verschillen. In mijn land communiceren we heel indirect, terwijl we in Nederland veel directer zijn. Het kostte me wat tijd om hieraan te wennen, maar uiteindelijk slaagde ik erin om over te schakelen. Ik denk dat ik de voorkeur geef aan de directe manier van werken.

 

Denk je dat Nederland in het algemeen goed werk levert aan het huisvesten van internationals / expats? Misschien is er ook iets dat je niet leuk vindt?

S: Nederland is een geweldige plek voor expats, zeker na de Brexit zou het echt het nieuwe internationale centrale knooppunt van Europa kunnen worden. Hoewel ik denk dat het land zich nog niet zo bewust is van deze mogelijkheid. Hoewel het aan de ene kant mogelijk is om hier te wonen terwijl je alleen Engels spreekt, zie ik dat veel Nederlanders niet echt voorbereid zijn op zo’n snel veranderend scenario, vooral in kleinere steden. Nederlands is een moeilijke taal om te leren en en wordt weinig gebruikt buiten het land zelf (in plaats van het Spaans of Engels, dat je het bijna overal ter wereld kunt gebruiken). Het zou zijn leuk als Nederland bereid zou zijn om Engels in een sneller tempo te omarmen, zodat expats hierdoor makkelijker kunnen integreren.

N: Het hangt af van de expat die je bent en waar je vandaan komt. Het was verrassend om te ervaren dat iemands achtergrond in combinatie met hun naam voor sommige mensen een barrière kan zijn.

A: Accommodatie in Nederland vind ik prima. Engels is hier voor de meeste mensen bijna een 2e taal en faciliteiten zijn overal te vinden. Inburgeren kan echter soms ontmoedigend zijn, vooral als iemand de Nederlandse taal helemaal niet kent.

 

Kun je een grappige of gedenkwaardige situatie bedenken die je tegenkwam bij Paragin of in Nederland?

S: Ik voelde toch een “eetcultuurschok” toen ik vanuit Italië naar Nederland kwam, zowel bij de lunch als het ontbijt. En het verschil begrijpen tussen Italiaanse en Nederlandse koffie!

N: Misschien niet per se grappig, maar het is iets dat ik eerder veel heb heb gehoord en nu kon beseffen: de culturele invloeden kunnen erg belangrijk zijn om grappen van andere mensen te begrijpen!

A: Ik herinner me aantal grappige momenten tijdens mijn sollicitatie. Normaal schudden we elkaar de hand, maar het voelde erg ongemakkelijk omdat vanwege Corona we niet in staat waren om handen te schudden of dichterbij te komen.


Als je dit artikel liever in het Nederlands leest, klik dan hier.


Over the years, Paragin has gained customers from various countries in Europe. Our software has expanded with additional languages and over the course of 2020, three international colleagues have joined the organisation! They’ll walk us through their experience with working in the Netherlands after Jeroen Bakker, one of Paragin’s founders, will talk about how the international contacts came to be.

Jeroen: “When we founded Paragin, we didn’t have a specific focus on international contacts. There’s a lot of work to be done in the Netherlands, after all. Still, our software is very capable of supporting different organisations all around Europe. This is shown by some of our partners that have been working very closely with international customers. In addition to that, several contacts approached us themselves, for example a school located in Flanders (Belgium).”

“It’s important to have input from different points of view. It’s great for our creativity and it’s something I personally enjoy. Users in other countries share their thoughts with us and it’s interesting to see the differences. For example, in France and Italy, teachers feel it’s important to use what they are most comfortable with, whereas Dutch teachers are generally interested in trying something new. Another example is Germany, where following procedures is valued highly. Then there’s Latvia, which has… a very similar perspective as we do in the Netherlands! We met our contact there through a SUSTEIN convention and they really like what we are doing.”

Of course, with all these international contacts, the Remindo-software needs additional languages. These are often provided by the organisations themselves. We did hire someone so we could add the German language.

Last year, we hired three international colleagues, which was a first for our organisation! With the help of a recruiter, Huxley, we were able to connect with the right people for our developer team.”

Stefano, Naziha and Aimilia will gladly explain their experiences below by answering a few questions!

How did you find and/or come into contact with Paragin?

Stefano: I was working for a big ecommerce company at the time, but my job was not fullfilling enough and I was looking for a position that would have more impact. I’ve been a teacher in the past, so it would be a plus to be somehow related back to the education field. I found out about Paragin and their field of work, and it immediately looked like the ideal place for me. We got in touch, I had a lot of fun doing their assignment and I think it has been the most interesting assignment that I ever did. And the rest is history!

Naziha: I came into contact with Paragin through a recruiter. My first meeting was with Peter and Remko and afterwards I was hired for the development team to work on the Remindo software!

Aimilia: My first contact in relation with Paragin was initiated via LinkedIn and more specifically through a discussion with a recruitment agency. We were discussing several options and out of those I found the most interesting and intriguing one to be Paragin! My first talk with Peter and Remko was face-to-face, casual with an easy-going atmosphere.

 

What was your experience in the first weeks of working at Paragin? Was it difficult for you to adjust to talking in English, or did you have a comparable working environment beforehand?

S: I come from Ascoli Piceno, a somewhat small city from Italy, I could say I always had a hard time there to be in a more international environment, so I always looked forward having a more rich experience of that type. I enjoy and am used to talking in English. Other than this I also think that trying to learn Dutch is very important as a way to integrate more and understand about the culture and the social dynamics. Dutch is not easy to learn though, so it takes a while!

N: The first weeks at Paragin were full of meetings and a lot of information to absorb and process. I also remember that my first weeks/months were very tiring, especially because of all the transport I had to take in order to get to the office. Regarding the language, I already had the same experience in my previous job where everyone spoke English as a second language. So no problems there!

A: My first 2 weeks at Paragin in 1 word: fun! To that feeling we have to add a very small amount of loneliness, because my on-boarding took place during corona times so not everyone could be present in the office. Adjusting to an English context was no issue for me, since I have been in the Netherlands for almost 3 yrs now, while working in similar environments. The on-boarding process was by far the best one I have ever experienced! Congratulations to Paragin and the development team for setting this up!

 

Can you name a few things that are different when comparing the Dutch working-culture with the one in your home country and/or the culture you’re used to? This could be anything, from lunch times to the way of communicating. If you have no obvious differences, perhaps there were things that were surprisingly similar?

S: Of course there are a lot of small but interesting differences and since I have been a consultant in the past, I have the skills to see in between the lines and understand the underlying issues. The biggest difference I see about the working culture is that in Italy it is more likely to happen that you know when you go to the office, but you never know when you go back home. From my experience this always somewhat reflect poor management from the owner of the company, so I appreciate the effort here in the Netherlands to keep a healthy environment with a proper management.

N: Both my student and professional life were in Spain before I came to the Netherlands, there’s a few very obvious differences. Spanish people are much more expressive than Dutch people. They speak a lot more and they’re louder! The different lunch times were a big change, because in Spain, most people take about two hours to go home to eat, relax and then go back to work. This is not done in the Netherlands. And lastly: Dutch people are more organized, in my opinion. Everything is planned beforehand. I think this is one of the reasons that can explain the success of the Netherlands as country.

A: The first thing that comes to my mind is the differences in the way we eat lunches with many colleagues at the same time and in a specific time-slot. In my country we do not seem to appreciate lunches this much, so most of the time we spend only a little while (15 minutes or so) to finish our lunch, sometimes just in front of our computer. There are also communication-related differences. For example in my country we use indirect communication while in the Netherlands direct communication. This took me some time to get accustomed to but eventually I managed to switch. After the switch I think I do prefer the direct way of things.

 

Do you think that the Netherlands in general does a good job at accommodating internationals/expats? Perhaps there’s also something that you dislike about it?

S: The Netherlands is a great place for expats, especially after Brexit it could really become the new international central hub of Europe. Unfortunately I think the country is just not much aware yet of this opportunity so it’s not properly investing on it. While from one side it is possible to live here while only speaking English, I see a lot of Dutch people not really prepared for such a fast changing scenario, especially in smaller cities. Dutch is a hard language to learn and there is not much other use for it other than in the country itself (like it would be for Spanish or English languages for example, that you can use it almost anywhere in the world) so it would be nice if the Dutch country would be willing to embrace English at a faster pace while giving expat the chance to integrate more easily.

N: It depends on the expat you are and where you are from. It was surprising to experience that someone’s background combined with their name can be a barrier for some people and that was my case.

A: Accommodation in the Netherlands is fine in my opinion. English is almost like a 2nd language here for most people and facilities can be found everywhere. However integrating can be daunting sometimes especially if someone is not familiar with the Dutch language at all.

 

Can you think of a funny or otherwise memorable situation you encountered at Paragin or in the Netherlands?

S: Coming from Italy, I can’t help but feel that “food culture shock” could be behind the corner at any time, like the way lunch and breakfast are handled here, and understanding the difference between Italian coffee and Dutch one!

N: Maybe not exactly funny, but it is something I heard a lot before and could realize now: the cultural influences can be really important to understand jokes of other people!

A: I remember having some funny moments in the 1st face-to-face interview, normally we shake hands but in covid times we felt awkward for not being able to shake hands or come closer.. we had some fun there 🙂


Het is altijd prettig als je op een leuke manier de prestaties van leerlingen kunt verbeteren. In Canada is in 2019 onderzoek gedaan naar de inzet van muzieklessen en hoe dit terug is te zien in de leerprestaties. Twee onderzoekers vergeleken de prestaties en cijfers van leerlingen tussen 12 en 18 jaar.

In het onderzoek zijn drie vakken meegenomen om de prestaties te onderzoeken: Engels, wiskunde en wetenschap. Van elke leerling zijn deze cijfers meegenomen en vergeleken met hun onderwijs in muziek. Hiervan hebben de onderzoekers vier onderdelen onder de loep genomen.

  • De mate van participatie tijdens de muzieklessen.
  • Welk soort participatie de leerling liet zien, bijvoorbeeld het aanleren van een instrument.
  • De cijfers die gehaald worden voor muziekexamens.
  • De betrokkenheid bij het volgen van lessen, gemeten door het totaal aantal lessen.

Na het uitvoeren van het onderzoek bleek dat de leerlingen die betrokken waren bij muziek gemiddeld hogere cijfers haalden dan leerlingen met een lage betrokkenheid. Dit gold voornamelijk voor degenen die een instrument bespeelden tijdens muziekles. De leerlingen die hoge cijfers haalden voor muziekexamens kregen gemiddeld ook hogere cijfers voor de andere drie vakken. De onderzoekers hebben onder andere culturele achtergrond, sekse en socio-economische status meegenomen bij het analyseren van de data. Deze waren niet van invloed op de gevonden resultaten.

Verder doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen. Zo stellen ze voor om muziekdocenten nummers te laten behandelen die populair zijn onder de leerlingen. Dit zou volgens hen de betrokkenheid kunnen verhogen, wat mogelijk leidt tot verbetering van prestaties. Het leren zingen of bespelen van een instrument helpt daarbij ook om de leerlingen een eigen identiteit te laten ontwikkelen. Als afsluiting benadrukken de onderzoekers het belang van muzikale ontwikkeling van leerlingen, omdat op basis van de resultaten op alle onderzochte gebieden vooruitgang van prestaties wordt aangetoond.


Bron: Guhn, M., Emerson, S. D., & Gouzouasis, P. (2019). A population-level analysis of associations between school music participation and academic achievement. Journal of Educational Psychology. Advance online publication.